ECLI:NL:RBNHO:2023:10916
Rechtbank Noord-Holland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in onduidelijke civiele vordering wegens verkeerde procedure
In deze zaak heeft de kantonrechter de eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen. De vorderingen hadden geen geldwaarde tot € 25.000,-, waardoor deze bij de voorzieningenrechter van de rechtbank hadden moeten worden ingesteld. De kantonrechter heeft getracht de inhoud van de vorderingen te begrijpen, maar deze bleken onduidelijk en onbegrijpelijk.
De eiser stelde dat er sprake was van ernstige overlast door herhaalde inbreuken op zijn persoonlijke levenssfeer door de gedaagde, die werkzaam is als deurwaarder bij een deurwaarderskantoor. De vorderingen waren echter onduidelijk geformuleerd en het was niet helder waarom deze tegen de gedaagde in privé werden ingesteld.
De kantonrechter oordeelde dat de vorderingen onvoldoende concreet waren en dat de procedure niet correct was gevolgd. Daarom werd de eiser niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die echter nihil werden vastgesteld tot de datum van uitspraak.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onduidelijke vordering en verkeerde procedure.