In deze zaak verzocht de werknemer een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding, naast betaling van niet-genoten vakantiedagen.
De kantonrechter stelde vast dat voor toekenning van een billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging vereist is dat de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en dat die opzegging ongeldig is. De werkgever ontkende de opzegging en stelde dat de werknemer zelf had opgezegd.
Uit de feiten bleek dat de werknemer op 8 juni 2023 tijdens een gesprek over een looninhouding wegens een verkeersboete duidelijk had medegedeeld te stoppen met werken, wat werd bevestigd in een WhatsApp-bericht later die dag. De kantonrechter oordeelde dat dit een duidelijke en ondubbelzinnige opzegging door de werknemer betrof, zonder aanwijzingen voor dwaling, dwang of geestelijke stoornis.
Daarom werden de verzoeken tot billijke vergoeding, onregelmatige opzegging en transitievergoeding afgewezen. Wel werd de werkgever veroordeeld tot betaling van € 1.115,64 bruto aan niet-genoten vakantiedagen plus wettelijke rente vanaf 8 juni 2023. De proceskosten werden aan de werknemer opgelegd en de uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.