ECLI:NL:RBNHO:2023:10390

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 oktober 2023
Publicatiedatum
19 oktober 2023
Zaaknummer
10653962 \ AO VERZ 23-26
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing billijke vergoeding na duidelijke en ondubbelzinnige opzegging werknemer

In deze zaak verzocht de werknemer een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding, naast betaling van niet-genoten vakantiedagen.

De kantonrechter stelde vast dat voor toekenning van een billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging vereist is dat de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en dat die opzegging ongeldig is. De werkgever ontkende de opzegging en stelde dat de werknemer zelf had opgezegd.

Uit de feiten bleek dat de werknemer op 8 juni 2023 tijdens een gesprek over een looninhouding wegens een verkeersboete duidelijk had medegedeeld te stoppen met werken, wat werd bevestigd in een WhatsApp-bericht later die dag. De kantonrechter oordeelde dat dit een duidelijke en ondubbelzinnige opzegging door de werknemer betrof, zonder aanwijzingen voor dwaling, dwang of geestelijke stoornis.

Daarom werden de verzoeken tot billijke vergoeding, onregelmatige opzegging en transitievergoeding afgewezen. Wel werd de werkgever veroordeeld tot betaling van € 1.115,64 bruto aan niet-genoten vakantiedagen plus wettelijke rente vanaf 8 juni 2023. De proceskosten werden aan de werknemer opgelegd en de uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Verzoeker heeft zelf duidelijk en ondubbelzinnig opgezegd; alleen betaling niet-genoten vakantiedagen wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10653962 \ AO VERZ 23-26
Uitspraakdatum: 18 oktober 2023
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak (beschikking) van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]
wonende te [woonplaats 1]
verzoeker
verder te noemen: [verzoeker]
gemachtigde: mr. C.M.J. Moerkens
tegen
de vennootschap onder firma
[verweerder 1]., gevestigd te [vestigingsplaats]
en de vennoten
[verweerder 2]en
[verweerder 3], beiden wonende te [woonplaats 2]
verweerders
verder te noemen: [verweerders]
gemachtigde: geen

1.De gronden van de beslissing

1.1.
In deze zaak verzoekt [verzoeker] om toekenning van een billijke vergoeding, en om veroordeling van [verweerder 1] tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. Ook vraagt [verzoeker] betaling van niet-genoten vakantiedagen.
1.2.
De kantonrechter zal het verzoek van [verzoeker] grotendeels afwijzen, op de volgende gronden.
1.3.
Voor een aanspraak op een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging is vereist dat [verweerder 1] de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] heeft opgezegd en dat die opzegging ongeldig is. Volgens [verzoeker] is sprake van een opzegging door [verweerder 1]. [verweerder 1] ontkent dat en stelt dat [verzoeker] juist zelf heeft opgezegd.
1.4.
Van een opzegging van de arbeidsovereenkomst door [verzoeker] zelf als werknemer kan pas dan worden gesproken als sprake is van een duidelijke en ondubbelzinnige opzegging.
1.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter is hier sprake van zo’n duidelijke en ondubbelzinnige opzegging door [verzoeker].
1.6.
Op 8 juni 2023, tussen 13:00 uur en 14:30 uur, is door partijen gesproken over een verkeersboete die [verweerder 1] wilde inhouden op het loon van [verzoeker]. Vast staat dat [verzoeker] in dat gesprek tegen [verweerder 2] heeft gezegd dat hij stopt met het werk als [verweerder 1] de boete inhoudt. Vervolgens heeft [verweerder 2] benadrukt dat [verweerder 1] de boete inhoudt. Daarop heeft [verzoeker] gezegd ermee te stoppen en is [verzoeker] door [verweerder 2] naar huis gebracht, zonder dat [verzoeker] zijn werkzaamheden die dag heeft afgemaakt.
1.7.
Vervolgens heeft [verzoeker] in een WhatsApp-bericht van 8 juni 2023 om 17:33 uur, gericht aan andere medewerkers van [verweerder 1] en [verweerder 2] en [verweerder 3], meegedeeld dat hij heeft besloten om
“vandaag per direct (…) te stoppen”, en dat het voor hem
“einde dienstverband”is.
1.8.
De hiervoor genoemde mededelingen en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, kunnen naar het oordeel van de kantonrechter niets anders worden gezien dan als een luide en duidelijke opzegging door [verzoeker].
1.9.
Er was in dit geval voor [verweerder 1] geen reden om nader onderzoek te doen naar de vraag of [verzoeker] daadwerkelijk ontslag wilde nemen. De boodschap van [verzoeker] was immers niet voor misverstand vatbaar en er waren ook geen omstandigheden op grond waarvan [verweerder 1] moest twijfelen aan de bedoelingen van [verzoeker].
1.10.
[verzoeker] heeft nog gesteld dat zijn opzegging eventueel ook buitengerechtelijk moet worden vernietigd. Het standpunt daarover van [verzoeker] is echter onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd. Voor buitengerechtelijke vernietiging wegens dwang, dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden bieden de stukken geen aanknopingspunt en daarover heeft [verzoeker] ook niets gesteld. Er is ook niet gebleken van een zodanige geestelijke stoornis dat de opzegging daarom ongeldig zou zijn of vernietigd zou moeten worden. Ook hierover heeft [verzoeker] onvoldoende gesteld. Het hiervoor genoemde WhatsApp-bericht van [verzoeker] is verstuurd enkele uren na het gesprek op 8 juni 2023, zodat ook niet valt in te zien dat [verzoeker] in een opwelling of hevige emotie plotseling tot opzegging is overgegaan.
1.11.
Dit betekent dat nagenoeg alle verzoeken van [verzoeker] moeten worden afgewezen. Uitgaande van een opzegging door [verzoeker] zelf, is er namelijk geen grondslag of reden voor toekenning van een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Ook het verzoek ten aanzien van de transitievergoeding moet worden afgewezen, omdat op die vergoeding geen aanspraak bestaat als een werknemer zelf opzegt, zoals hier het geval is. Er is niet gesteld en ook niet gebleken dat op die regel een uitzondering moet worden gemaakt, en met name is niet gesteld of gebleken dat sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag van [verweerder 1].
1.12.
Het verzoek om [verweerder 1] te veroordelen tot betaling van niet-genoten vakantiedagen tot een bedrag van € 1.115,64 bruto kan wel worden toegewezen. [verweerder 1] heeft tegen dit verzoek in het verweerschrift geen bezwaren of argumenten ingebracht en ook geen gegevens overgelegd waaruit volgt dat de vordering van [verzoeker] niet klopt. Met name is geen vakantieadministratie overgelegd. Het verweer van [verweerder 1] op de zitting dat [verzoeker] wel onbetaalde vakantie heeft gehad, gaat niet op, omdat het recht op vakantiedagen ziet op doorbetaalde vakantie. [verweerder 1] zal dus worden veroordeeld tot betaling van genoemd bedrag. De gevorderde wettelijke verhoging wordt gematigd tot nihil, vanwege de omstandigheden van dit geval. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 8 juni 2023.
1.13.
De conclusie is dus dat de kantonrechter de verzoeken van [verzoeker] zal afwijzen, behalve het verzoek ten aanzien van de niet-genoten vakantiedagen.
1.14.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker], omdat hij overwegend ongelijk krijgt. De meeste verzoeken van [verzoeker] worden immers afgewezen. Er is niet gebleken van concrete proceskosten van [verweerder 1] en dat heeft [verweerder 1] ook niet gesteld. Daarom zal het forfaitaire (vaste) bedrag van € 50,00 worden toegewezen aan proceskosten.
1.15.
De uitspraak zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dat wil zeggen dat de uitspraak kan worden uitgevoerd en moet worden nagekomen, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
veroordeelt [verweerder 1] tot betaling aan [verzoeker] van een bedrag van € 1.115,64 bruto aan niet-genoten vakantiedagen, te vermeerderen met wettelijke rente over dat bedrag vanaf 8 juni 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
2.2.
wijst de verzoeken van [verzoeker] voor het overige af;
2.3.
veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verweerder 1] tot en met vandaag vaststelt op € 50,00;
2.4.
verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter