ECLI:NL:RBNHO:2023:10332

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 oktober 2023
Publicatiedatum
18 oktober 2023
Zaaknummer
C/15/339651 / HA ZA 23-278
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 843a RvArt. 162 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing vordering tot verstrekking communicatie en documenten in civiele geschil tussen BAM en AMS

In deze civiele bodemzaak vordert BAM Bouw en Techniek B.V. betaling van onterecht gefactureerde uren en onderzoekskosten van AMS Bouwgroep B.V., een natuurlijk persoon en een bestuurder. BAM stelt onrechtmatig handelen en toerekenbare tekortkoming door wijziging en goedkeuring van urenstaten en onjuiste facturering.

In twee incidenten ex artikel 843a Rv vorderen partijen inzage in e-mail-, Whatsapp- en sms-berichten, verslagen van uitvoeringsoverleggen, informatie over malversaties en onderzoeksopdrachten. De rechtbank toetst of aan de voorwaarden voor verstrekking is voldaan: rechtmatig belang, bepaalde stukken en rechtsbetrekking.

De rechtbank wijst het verzoek van de natuurlijk persoon tot verstrekking van alle communicatie af wegens onvoldoende concreetheid en onvoldoende onderbouwd belang. Ook de vordering tot verstrekking van verslagen van uitvoeringsoverleggen wordt afgewezen. De vordering van AMS en de bestuurder tot inzage in communicatie met betrokken arbeidskrachten wordt toegewezen, met beperking tot e-mails en Whatsapp-berichten en een termijn van één maand voor verstrekking. Verzoeken tot inzage in communicatiemiddelen en onderzoeksopdrachten worden afgewezen. Proceskosten worden deels toegewezen en deels gecompenseerd. De zaak wordt op 25 oktober 2023 opnieuw op de rol gezet voor beraad over een comparitie.

Uitkomst: Gedeeltelijke toewijzing van vorderingen tot verstrekking van communicatie aan AMS en bestuurder, afwijzing van overige vorderingen, en vervolgprocedure bepaald.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/339651 / HA ZA 23-278
Vonnis in incident van 11 oktober 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BAM BOUW EN TECHNIEK B.V.,
gevestigd te Bunnik,
eiseres in conventie in de hoofdzaak,
verweerster in (voorwaardelijke) reconventie in de hoofdzaak,
verweerster in de incidenten ex artikel 843a Rv (1) en (2),
advocaat mr. P.H. Mahieu te 's-Gravenhage,
tegen

1.[gedaagde/eiser1],

wonende te [woonplaats],
gedaagde in conventie,
eiser in het incident ex artikel 843a Rv (1),
advocaat mr. W.F. Wienen te Almere,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AMS BOUWGROEP B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde in conventie,
eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,
eiseres in het incident ex artikel 843a Rv (2),
advocaat mr. J.B.M. Swart te Almere,
3.
[gedaagde/eiser3],
wonende te [woonplaats],
gedaagde in conventie,
eiser in (voorwaardelijke) reconventie,
eiser in het incident ex artikel 843a Rv (2),
advocaat mr. J.B.M. Swart te Almere.
Partijen zullen hierna BAM en [gedaagde/eiser1], AMS en [gedaagde/eiser3] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de akte indienen producties met producties 1 t/m 10 van de zijde van BAM
  • de conclusie van antwoord, tevens incidentele vordering ex artikel 843a Rv van de zijde van [gedaagde/eiser1]
  • de conclusie van antwoord, tevens inhoudende een (voorwaardelijke) eis in reconventie en een incident ex artikel 843a Rv van de zijde van AMS en [gedaagde/eiser3]
  • de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 843a Rv met producties 11 en 12 van de zijde van BAM
  • de akte uitlaten producties incident van de zijde van [gedaagde/eiser1]
  • de akte uitlaten producties van de zijde van AMS.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten ex artikel 843a Rv.

2.Het geschil in de hoofdzaak

2.1.
BAM vordert in de hoofdzaak [gedaagde/eiser1], AMS en [gedaagde/eiser3] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan BAM een bedrag van € 311.614,50, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening en [gedaagde/eiser1], AMS en [gedaagde/eiser3] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.
2.2.
BAM stelt – kort gezegd – dat [gedaagde/eiser1] onrechtmatig jegens BAM heeft gehandeld en ook (ernstig) toerekenbaar tekortgeschoten is in de uitvoering van zijn verplichtingen op grond van zijn arbeidsovereenkomst met BAM. Hij heeft door AMS aangeleverde urenstaten zodanig gewijzigd dan wel goedgekeurd, zodat uren die in werkelijkheid niet zijn gemaakt toch als zodanig werden geaccordeerd. AMS heeft onrechtmatig jegens BAM gehandeld door onjuiste, aanzienlijk te veel, en niet gemaakte uren te factureren terwijl AMS van de onjuistheid hiervan op de hoogte was dan wel moest zijn, dan wel had behoren te zijn. [gedaagde/eiser3] heeft de genoemde handelswijze van [gedaagde/eiser1] en AMS (mede) geïnitieerd dan wel moest, zeker in zijn hoedanigheid van bestuurder van AMS, van deze gang van zaken kennis dragen. In het kader als bestuurder kan [gedaagde/eiser3] ook een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt. [gedaagde/eiser1], AMS en [gedaagde/eiser3] zijn daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade zoals door BAM geleden, bestaande uit een bedrag van € 234.605,50 aan ten onrechte gefactureerde werkuren over 2021, een bedrag van € 32.016,- aan ten onrechte gefactureerde werkuren over 2020 en onderzoekskosten van tot op heden in totaal € 44.993,-.

3.Het geschil in de incidenten

het incident ex artikel 843a Rv (1)

3.1.
[gedaagde/eiser1] vordert bij vonnis in incident BAM te veroordelen tot het verstrekken van een afschrift, al dan niet op een gegevensdrager, van de volgende informatie, althans van het verstrekken van die informatie via een digitale toegangslink c.q. code, dit binnen veertien dagen na een daartoe gewezen vonnis, en dit op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag, waaronder een dagdeel heeft te gelden als een gehele dag, dat BAM aan deze veroordeling niet voldoet, en dit tot een maximum van € 250.000,-.:
alle e-mailberichten en daarbij behorende bijlagen die gedurende het dienstverband van [gedaagde/eiser1] bij BAM vanuit het e-mailaccount van [gedaagde/eiser1] bij BAM zijn verzonden dan wel zijn ontvangen (aldus word een volledige kopie van alle uitgaande en inkomende e-mailberichten gevorderd);
alle Whatsapp-berichten en sms-berichten en foto’s die tijdens het dienstverband van [gedaagde/eiser1] bij BAM met de ter beschikking gestelde zakelijke telefoon (en het telefoonnummer) zijn verzonden en zijn ontvangen;
alle verslagen van de uitvoeringsoverleggen gedurende het dienstverband van [gedaagde/eiser1] bij BAM;
en dit met veroordeling van BAM in de kosten van het incident.
3.2.
[gedaagde/eiser1] stelt dat hij met de gevorderde informatie inzichtelijk kan maken dat hetgeen hij stelt over de gang van zaken c.q. de werkwijze correct is en dat de enkele afbeeldingen in de rapportages van Dekker & Partners niet het hele verhaal laten zien en dat er selectief is ‘gewinkeld’ in de communicatie vanaf zijn e-mailaccount en werktelefoon. [gedaagde/eiser1] heeft een rechtmatig belang, omdat het zijn eigen communicatie betreft en de toegang tot zijn e-mailaccount en zijn e-mailberichten, alsmede tot zijn werktelefoon en Whatsapp-account hem is ontzegd. Het betreft enkel de inhoud van zijn zakelijke e-mailaccount en werktelefoon, die door niemand anders wordt of is gebruikt, en zonder meer nog beschikbaar moet zijn en eenvoudig ofwel via een link met toegangscode ofwel via digitale gegevensdrager beschikbaar kan worden gesteld. Een prikkel van een dwangsom is nodig omdat BAM bij de dagvaarding summier stukken heeft overgelegd en bijlagen bij de rapporten heeft achtergehouden en niet heeft ingediend.
3.3.
BAM voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
het incident ex artikel 843a Rv (2)
3.4.
AMS en [gedaagde/eiser3] vorderen ex artikel 843a Rv en artikel 162 Rv Pro inzage/afgifte in:
  • alle e-mails en Whatsapp-communicatie die door de heren [A.], [B.], [C.], [D.], [E.], [F.], [G.], [H.] en/of [I.] aan [gedaagde/eiser1] (inclusief media en bijlagen) zijn verzonden, alsmede alle e-mails en Whatsapp-communicatie (inclusief media en bijlagen) van [gedaagde/eiser1] aan voornoemde heren;
  • alle schriftelijke en/of digitale documentatie en/of bestanden waaruit blijkt of waaruit valt op te maken welke (rechts-)persoon aan de compliance officer van BAM heeft gemeld dat sprake is van malversaties met betrekking tot de werkzaamheden op Schiphol en waaruit die malversaties volgens de melder zouden bestaan;
  • de schriftelijke opdracht die Dekker & Partners is verstrekt ter zake van het onderzoek dat BAM aan Dekker & Partners heeft opgedragen.
3.5.
AMS en [gedaagde/eiser3] stellen dat zij een rechtmatig belang hebben bij inzage in de gevorderde bescheiden omdat deze bescheiden het (tegen)bewijs betreffen van haar stellingen omtrent de inzet van haar arbeidskrachten op projecten van BAM op Schiphol. De informatie waarvan inzage wordt verlangt is daarom relevant voor de rechtspositie van AMS en [gedaagde/eiser3]. Daarnaast zijn de bescheiden voldoende bepaald en in het bezit van BAM. Het is voor BAM eenvoudig om de gegevens te dupliceren en te delen met AMS en [gedaagde/eiser3]. Ook hebben de stukken betrekking op een rechtsbetrekking waarbij AMS en [gedaagde/eiser3] partij zijn. De stukken zijn van belang voor de vaststelling dat AMS niet frauduleus heeft gehandeld.
3.6.
BAM voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling in het incident

4.1.
Artikel 843a Rv stelt drie voorwaarden waaraan allemaal moet zijn voldaan om een vordering tot het overleggen van stukken te kunnen toewijzen: 1) degene die de vordering instelt, moet een rechtmatig belang hebben bij de stukken, 2) het moet gaan om bepaalde stukken en 3) aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of zijn rechtsvoorganger partij is. Als aan alle drie genoemde voorwaarden is voldaan, kan inzage, afschrift of uittreksel worden gevorderd van de persoon die de stukken in bezit heeft.
het incident ex artikel 843a Rv (1)
afgifte communicatie (A en B)
4.2.
BAM betwist dat de door [gedaagde/eiser1] gevraagde bescheiden voldoende bepaald zijn. [gedaagde/eiser1] is bijna twee jaar in dienst geweest en van BAM kan niet worden verwacht dat zij de volledige inhoud van het e-mailaccount ter beschikking stelt, evenals het volledige Whatsapp/SMS-verkeer dat [gedaagde/eiser1] gedurende zijn dienstverband heeft gevoerd. Ook heeft [gedaagde/eiser1] volgens BAM zijn rechtmatig belang onvoldoende onderbouwd. Het verstrekken van alle communicatie maakt dat niet kan worden uitgesloten dat er ook communicatie met voor deze kwestie volstrekt irrelevante derden dient te worden verstrekt, als gevolg waarvan hun privacy en vertrouwelijke aspecten in het algemeen in het geding komen.
4.3.
De rechtbank overweegt dat het verweer van BAM slaagt. De bescheiden moeten zodanig concreet worden omschreven dat voldoende duidelijk is waarop wordt gedoeld en dat getoetst kan worden of [gedaagde/eiser1] daarbij een rechtmatig belang heeft. Dat het gaat om een groot aantal stukken over een lange periode maakt op zich nog niet dat die stukken onvoldoende bepaald zijn. Het vereiste gaat ook niet zover dat de inhoud van de bescheiden bekend moet zijn, maar wel moet duidelijk zijn dat de bescheiden naar herkomst, aard en aantal voldoende zijn afgebakend en dat de bescheiden in voldoende verband staan met het geschil in de hoofdzaak. Het verzoek van [gedaagde/eiser1] om afschriften van alle e-mailberichten en alle Whatsapp- en Sms-berichten is in dat opzicht onvoldoende concreet. Een voldoende duidelijke omschrijving van het onderwerp van de stukken of het noemen van zoekcriteria aan de hand waarvan een selectie kan worden gemaakt is niet gegeven. De gevorderde stukken zijn dan ook onvoldoende bepaald. Dit deel van de incidentele vordering zal daarom worden afgewezen.
afgifte uitvoeringsoverleggen (C)
4.4.
BAM betoogt dat [gedaagde/eiser1] in zijn incidentele vordering niet specifiek stelt wat zijn belang is bij het verkrijgen van de verslagen van uitvoeringsoverleggen. De overleggen waren voortgangsoverleggen, welke overleggen zich niet leenden om zaken te bespreken die thans het onderwerp zijn van de procedure. Het overleggen daarvan dient dan ook geen enkel belang, nu daarin geen enkele aanleiding zal worden aangetroffen dat er in die periode al werd gesproken over de malversaties, aldus BAM.
4.5.
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde/eiser1] zijn rechtmatig belang bij het verkrijgen van de verslagen van uitvoeringsoverleggen niet heeft onderbouwd. Het had op de weg van [gedaagde/eiser1] gelegen om toe te lichten waarom deze bescheiden relevant zijn voor zijn rechtspositie. Omdat [gedaagde/eiser1] dit heeft nagelaten, zal ook dit deel van de incidentele vordering worden afgewezen.
Proceskosten
4.6.
Boskepmer zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.
het incident ex artikel 843a Rv (2)
afgifte communicatie [gedaagde/eiser1]-timmerlieden
4.7.
BAM voert het verweer dat de vordering om afgifte van het e-mail- en berichtenverkeer van [gedaagde/eiser1] weliswaar iets beperkter is dan hetgeen [gedaagde/eiser1] zelf in dit kader vordert, maar dat de vordering desalniettemin nog altijd zeer breed en onbepaald is. BAM verwijst verder naar hetgeen zij ten aanzien van de incidentele vorderingen van [gedaagde/eiser1] heeft aangevoerd.
4.8.
De rechtbank oordeelt dat ten aanzien van dit deel van de incidentele vordering voldaan is aan de drie vereisten van artikel 843a Rv. AMS en [gedaagde/eiser3] hebben met hun stelling dat uit de verzochte communicatie zal blijken dat de arbeidskrachten opdrachten verkregen om ook buiten het passengebied actief te zijn, zij daaromtrent de voortgang rapporteerden en zij arbeid hebben verricht in de door AMS en [gedaagde/eiser3] gefactureerde omvang, voldoende aangetoond een rechtmatig belang te hebben bij de verzochte stukken. De stukken zijn eveneens voldoende bepaald, omdat niet is weersproken dat de arbeidskrachten enkel contact hadden met [gedaagde/eiser1] over de projecten waarop zij zijn ingezet. Daarnaast hebben de stukken betrekking op de door AMS voor BAM ingeschakelde arbeidskrachten en zodoende op een rechtsbetrekking waarbij AMS en [gedaagde/eiser3] partij zijn. Dit deel van de incidentele vordering zal daarom worden toegewezen voor wat betreft de gevorderde (afschriften van) e-mails en Whatsapp-communicatie. Artikel 843a Rv biedt geen grondslag voor de afgifte of inzage in communicatiemiddelen of opslagapparatuur zelf. Het verzoek tot afgifte of inzage van media zal daarom worden afgewezen.
4.9.
Gelet op de omvang van de vordering, zowel het aantal betrokken personen als de periode waarop het verzoek ziet, ziet de rechtbank aanleiding om – overeenkomstig het verzoek van BAM – de periode waarbinnen BAM de bescheiden aan AMS en [gedaagde/eiser3] moet verstrekken te bepalen op een termijn van één maand na dat datum van dit vonnis.
De rechtbank ziet thans geen aanleiding voor de oplegging van een dwangsom.
Afgifte stukken met betrekking tot de melding
4.10.
BAM betwist dat AMS en [gedaagde/eiser3] een rechtmatig belang hebben bij het verkrijgen van stukken over de melding, omdat dit slechts de aanleiding is geweest tot verder onderzoek. De melding als zodanig is dus niet richtinggevend geweest. Bovendien beroept BAM zich op artikel 843a Rv waarin is bepaald dat zij niet gehouden is aan een vordering tot inzage van gegevens te voldoen indien daarvoor gewichtige redenen zijn. Die zijn gelegen in het waarborgen van de belangen van medewerkers, die de mogelijkheid moeten hebben om vertrouwelijk een melding te doen van eventuele wanordelijkheden, die daarna zorgvuldig onderzocht zullen worden, hetgeen ook gebeurd is. Van BAM kan dan ook niet verwacht worden dat zij deze gegevens verstrekt.
4.11.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft BAM terecht betoogd dat de melding op zichzelf niet van belang is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het handelen van AMS. De reden van de klacht volgt reeds voldoende uit de het door Dekker & Partners ingestelde onderzoek. Mede met inachtneming van de aangevoerde gewichtige redenen zal de rechtbank dit deel van de incidentele vordering daarom afwijzen.
Afgifte onderzoeksopdracht
4.12.
BAM betoogt dat de opdracht voor het onderzoek mondeling is verstrekt en de inhoud van de opdracht letterlijk volgt uit de (inleidingen van de) rapportages, namelijk de algemene vraag om onderzoek te verrichten naar niet integer handelen van een medewerker van BAM ([gedaagde/eiser1]) zonder verdere restricties of sturing. Ter onderbouwing verwijst BAM naar de als productie 12 overgelegde e-mail van Dekker & Partners. Andere stukken hieromtrent zijn er niet en kunnen volgens BAM dus ook niet worden verstrekt.
4.13.
Dit deel van de vordering zal worden afgewezen omdat BAM heeft aangegeven op dit punt niet over andere bescheiden te beschikken dan de stukken die al zijn overgelegd. Niet gebleken is dat die mededeling onjuist is.
Proceskosten
4.14.
Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De rechtbank
het incident ex artikel 843a Rv (1)
5.1.
wijst het gevorderde af,
5.2.
veroordeelt [gedaagde/eiser1] in de kosten van het incident, aan de zijde van BAM tot op heden begroot op € 598,00,
het incident ex artikel 843a Rv (2)
5.3.
gebiedt BAM om binnen één maand na de datum van dit vonnis in incident aan AMS en [gedaagde/eiser3] de navolgende schriftelijke bescheiden en/of digitale bestanden ter beschikking te stellen door toezending ervan aan de advocaat van AMS en [gedaagde/eiser3]:
- (afschriften van) alle e-mails en Whatsapp-communicatie die door de heren [A.], [B.], [C.], [D.], [E.], [F.], [G.], [H.] en/of [I.] aan [gedaagde/eiser1] (inclusief bijlagen) is verzonden, alsmede (van) alle e-mails en Whatsapp-communicatie (inclusief bijlagen) van [gedaagde/eiser1] aan voornoemde personen,
5.4.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in de hoofdzaak
5.6.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
25 oktober 2023voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een comparitie.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2023. [1]

Voetnoten

1.type: 1589