ECLI:NL:RBNHO:2022:997
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering en boete wegens schending inlichtingenplicht bij woninggebruik voor drugsproductie
Eiser ontvangt sinds 2014 bijstand. Na een inval op 2 juli 2020 waarbij harddrugs in zijn woning werden aangetroffen, heeft verweerder de bijstandsuitkering over maart tot juli 2020 ingetrokken en teruggevorderd, en een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank stelt vast dat eiser zijn woning ter beschikking heeft gesteld voor de productie en handel in harddrugs, en hiervoor crack als vergoeding ontving. Eiser betoogde dat hij niet zelf handelde en dat sprake was van psychische overmacht, maar dit werd verworpen omdat de inlichtingenplicht objectief is en eiser geen bewijs voor overmacht leverde.
Ook het niet melden van detentie in juli 2020 werd als schending van de informatieplicht beoordeeld. Verweerder was daarom terecht gehouden tot intrekking, terugvordering en boeteoplegging. De opgelegde boete van €317,70 werd als proportioneel beoordeeld. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking, terugvordering en boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.