De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers (GI) tot wijziging van de omgangsregeling tussen een minderjarige en haar moeder, en het niet verlengen van de ondertoezichtstelling. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit. De kinderrechter heeft in 2020 ondertoezichtstelling bevolen vanwege bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige, met verlengingen tot februari 2022.
De GI verzoekt een vaste omgangsregeling van onbegeleide omgang op donderdagmiddag van 14:30 tot 16:30 uur, met behoud van begeleiding zolang de veiligheid van de minderjarige niet duurzaam is gewaarborgd. De GI motiveert dit met stabilisatie van de thuissituatie en het beëindigen van de ondertoezichtstelling. De moeder heeft geen hulpverlening geaccepteerd, waardoor uitbreiding van de omgang niet verantwoord wordt geacht.
De vader verzet zich tegen onbegeleide omgang vanwege eerdere mislukte pogingen en onveilige situaties. De moeder stelt dat zij haar problematiek heeft aangepakt en dat uitbreiding van de omgang wenselijk is in het belang van de minderjarige. De kinderrechter oordeelt dat de situatie voldoende is gestabiliseerd om de ondertoezichtstelling te beëindigen, maar dat uitbreiding van de omgang pas verantwoord is na professioneel gemonitorde duurzame verbetering van de moeder.
De beschikking wijzigt de omgangsregeling tot onbegeleide omgang van twee uur per week op donderdag, met de mogelijkheid tot aanpassing door betrokken hulpverlening. ZIJN blijft nog minimaal een half jaar betrokken om de veiligheid te waarborgen. De overige tijd verblijft de minderjarige bij de vader. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.