In deze civiele procedure vorderen passagiers restitutie van de kosten van geannuleerde vliegtickets van de vervoerder SAS. De vlucht SK546 werd door de vervoerder geannuleerd, waardoor de passagiers op grond van de Europese Verordening 261/2004 recht hebben op vergoeding van de volledige ticketkosten.
De vervoerder stelde dat het bedrag reeds via een reisbemiddelaar was terugbetaald, maar dit kon niet worden aangetoond. De rechtbank oordeelde dat de vervoerder de passagiers in beginsel rechtstreeks moet compenseren en dat de vordering tot betaling van het ticketbedrag toewijsbaar is.
De passagiers vorderden ook buitengerechtelijke incassokosten, maar de rechtbank wees deze af omdat onvoldoende was onderbouwd dat de werkzaamheden meer omvatten dan standaard aanmaningen. De proceskosten werden grotendeels aan de vervoerder opgelegd, met uitzondering van dagvaardingskosten die reeds in een andere procedure waren toegewezen.
De rechtbank veroordeelde de vervoerder tot betaling van €344,44 plus wettelijke rente, proceskosten en nakosten, en wees het meer of anders gevorderde af.