Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2022:9894

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 september 2022
Publicatiedatum
9 november 2022
Zaaknummer
C/15/320766 / FA RK 21-4722
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:5 BWArt. 1:20 BWArt. 1:25 BWArt. 1:227 BWArt. 1:228 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing éénouderadoptie door stiefvader en geslachtsnaamwijziging

De rechtbank Noord-Holland heeft op 30 september 2022 uitspraak gedaan in een zaak betreffende éénouderadoptie door de stiefvader van twee minderjarige kinderen en de wijziging van hun geslachtsnaam. Het verzoek werd ingediend door de stiefvader, die sinds 2010 samen met de moeder voor de kinderen zorgt. De vader, die het gezamenlijk gezag had, is sinds 2011 niet meer betrokken bij de opvoeding en heeft geen contact meer met de kinderen sinds 2014.

De rechtbank stelde vast dat de moeder het gezag over de kinderen heeft en dat het gezamenlijk gezag met de vader is beëindigd. De meerderjarige dochter stemde in met de adoptie en ook de jongere zoon gaf zijn instemming. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde positief over het verzoek, onderbouwd met de hechte gezinssituatie en het ontbreken van contact met de biologische vader.

De rechtbank oordeelde dat de adoptie in het belang van de kinderen is en dat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan. De geslachtsnaamwijziging werd eveneens toegestaan. Na in kracht van gewijsde gaan van de beschikking zal de adoptie worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand en zal het gezag over de jongste minderjarige gezamenlijk worden uitgeoefend door de moeder en de stiefvader.

Uitkomst: Het verzoek tot éénouderadoptie door de stiefvader en de geslachtsnaamwijziging van de kinderen is toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
zaak-/rekestnr.: C/15/320766 / FA RK 21-4722
beschikking van 30 september 2022 betreffende éénouderadoptie (door de stiefvader) en geslachtsnaamwijziging
in de zaak van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
advocaat: mr. E.P.J. Appelman, kantoorhoudende te Alkmaar.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[belanghebbende 1], wonende te [woonplaats] , (hierna te noemen: de moeder);
[belanghebbende 2], wonende te [woonplaats] , België (hierna te noemen: de vader);
[de jongmeerderjarige], wonende te [woonplaats] .

1.Procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met bijlagen, van verzoeker, ingekomen op 28 september 2021;
- de brief van verzoeker, met als bijlage onder meer na te melden beschikking van 3 december 2021, ingekomen op 7 december 2021;
- het rapport en advies van 3 maart 2022 van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad), ingekomen op 7 maart 2022;
- de schriftelijke reactie van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag (hierna te noemen: ABS), ingekomen op 25 april 2022.
1.2
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 september 2022 in aanwezigheid van verzoeker bijgestaan door mr. E.P.J. Appelman, de moeder, [de jongmeerderjarige] en na te noemen minderjarige [de minderjarige] . Voorts is verschenen de heer [A] namens de Raad. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen via een aangetekende brief en een niet aangetekende brief, evenals via de Staatscourant van 8 juni 2022, niet verschenen.
1.3
De minderjarige [de minderjarige] heeft zijn mening kenbaar gemaakt in een (telefonisch) gesprek met de kinderrechter op 27 september 2022.

2.Feiten en omstandigheden

2.1
De moeder en de vader zijn met elkaar gehuwd geweest. Dit huwelijk is ontbonden op 23 maart 2011.
2.2
Uit dit huwelijk zijn geboren:
- [de jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] (België) ( [de jongmeerderjarige] ), en
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] (België) ( [de minderjarige] ).
2.3
Deze rechtbank, locatie Haarlem, heeft bij beschikking van 3 december 2021
bepaald dat het gezamenlijk gezag van de moeder en de vader over [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] wordt
beëindigd en dat de moeder alleen het gezag over [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] toekomt.
2.4
Verzoeker is op [huwelijksdatum] in [huwelijksplaats] gehuwd met de
moeder.
2.5
Verzoeker zorgt sinds omstreeks 2010 samen met de moeder voor [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] .

3.Verzoek

3.1
Verzoeker heeft verzocht:
a. de adoptie uit te spreken van [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] ;
b. vast te stellen dat de geslachtsnaam van [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] zal komen te luiden: De
Kerpel.
3.2
Ter onderbouwing van het verzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd. Hij heeft sinds 2010 een relatie met de moeder en heeft sindsdien onafgebroken de zorg en opvoeding over [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] gedragen. Er is sprake van een hechte, emotionele band en verzoeker wil de sinds jaar en dag bestaande gezinssituatie formaliseren door adoptie. Na verbreking van de relatie tussen de moeder en de vader was de intentie dat [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] elk weekend naar België zouden gaan voor de bezoekregeling. In de praktijk gingen zij ongeveer zes keer per jaar naar de vader. Met het verstrijken van de tijd werden de contactmomenten minder. Sinds 2014 is er geen contact meer geweest tussen de vader en [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] . Omdat [de jongmeerderjarige] op [dag] 2022 meerderjarig is geworden, is het verzoekschrift vóór deze datum ingediend.
Voor zover de vader het verzoek tegenspreekt, dient deze tegenspraak te worden gepasseerd op grond van het bepaalde in artikel 228, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De vader heeft (vrijwel) niet met [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] in gezinsverband samengeleefd. Er is tevens sprake van de situatie als bedoeld in artikel 1:228, tweede lid, sub b, BW, nu de vader in meerdere opzichten geen invulling heeft kunnen geven aan het ouderschap jegens [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] . Niet te verwachten valt dat zij nog iets van de vader te verwachten hebben.
Standpunt Raad
3.3
De Raad heeft in het rapport geadviseerd het verzoek van verzoeker tot adoptie van [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] toe te wijzen. Ook adviseert de Raad om het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] in te willigen.
3.4
De Raad heeft ter onderbouwing van het advies het volgende aangegeven. Verzoeker, de moeder, [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] vormen een hecht gezin. [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] noemen verzoeker al vrijwel vanaf het begin ‘papa’ en zien hem ook als vader, ondanks dat ze weten dat hun echte vader iemand anders is. [de jongmeerderjarige] heeft duidelijk gemaakt dat zij graag geadopteerd wil worden. Deze procedure is dan ook op haar initiatief in gang gezet. De vader heeft [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] al zeven jaar niet meer gezien. Destijds hadden zowel [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] als de vader geen sterke behoefte meer om de contactregeling, waarbij zij om het weekend naar de vader gingen, voort te zetten. Ze hebben een aantal keer per jaar kort telefonisch contact. Alle partijen beamen dat de band is verwaterd en dat ze elkaar niet meer echt kennen. Zowel [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] als de vader vinden de situatie zoals die is, ‘wel goed zo’. Iedereen lijkt geaccepteerd te hebben dat [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] niets meer van de vader te verwachten hebben in zijn rol als vader.
Nu iedereen instemt met adoptie, meent de Raad dat dit in het belang is van [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] . De adoptie zal de al jarenlang bestaande situatie bevestigen, waarmee officieel wordt gemaakt welke belangrijke rol verzoeker speelt in het leven van [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] . De Raad heeft geen bezwaar tegen inwilliging van het verzoek tot geslachtsnaamwijziging.

4.Beoordeling

adoptie
4.1
Door de omstandigheid dat de moeder, de vader, [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] allen de Belgische nationaliteit hebben, verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit, draagt de onderhavige zaak een internationaal karakter, zodat eerst de vraag dient te worden beantwoord of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt.
4.2
Deze vraag kan op grond van het bepaalde in artikel 3 onder Pro a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in bevestigende zin worden beantwoord, nu verzoeker, de moeder, [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] allen in Nederland hun gewone verblijfplaats hebben.
4.3
Vervolgens komt aan de orde welk rechtsstelsel op het verzoek van toepassing is. Op grond van het bepaalde in artikel 10:105, eerste lid, BW is op een in Nederland uit te spreken adoptie, behoudens het bepaalde in lid 2, het Nederlandse recht van toepassing. Artikel 10:105, tweede lid, BW bepaalt dat op de toestemming dan wel raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind of van andere personen of instellingen toepasselijk is het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit. Volgens het Belgische recht, zijnde het recht van de staat waarvan [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] de nationaliteit bezitten, dienen de partner van de adoptiefouder - als die niet tevens adoptiefouder van het kind is -, de vader, als ook het geadopteerde kind van twaalf jaar of ouder, toestemming te geven voor de adoptie.
4.4
De met het gezag belaste moeder, tevens echtgenote van verzoeker, stemt in met het verzoek tot adoptie.
4.5
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Door niet te verschijnen heeft de vader het verzoek tot adoptie onweersproken gelaten. In voormelde beschikking van 3 december 2021 en in het rapport van de Raad is weergegeven dat de vader het eens is met het verzoek tot adoptie.
4.6.
[de jongmeerderjarige] heeft ter zitting verklaard in te stemmen met het verzoek tot adoptie. De toestemming van [de jongmeerderjarige] voor de adoptie blijkt eveneens uit het rapport van de Raad.
4.7
[de minderjarige] heeft in het telefoongesprek met de kinderrechter en ter zitting aangegeven eveneens in te stemmen met het verzoek tot adoptie.
4.8
De rechtbank heeft op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, de overtuiging dat de gevraagde adoptie in het kennelijk belang van [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] is. Tevens is komen vast te staan dat [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] thans en naar voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien niets meer van de vader in de hoedanigheid van ouder te verwachten hebben. Nu ook overigens aan de wettelijke gronden voor adoptie van artikel 1:227 BW Pro en aan de wettelijke voorwaarden voor adoptie van artikel 1:228 BW Pro is voldaan, zal het verzoek worden toegewezen. Hierbij heeft de rechtbank nog in aanmerking genomen dat de Raad heeft geadviseerd het verzoek tot adoptie toe te wijzen.
gezag
4.9
Blijkens voormelde beschikking van 3 december 2021 is de moeder alleen belast met het gezag over [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] .
Als gevolg van het feit dat [de jongmeerderjarige] op [dag] 2022 meerderjarig is geworden, heeft gemelde beschikking ten aanzien van [de jongmeerderjarige] haar rechtskracht verloren.
Op het moment dat de onderhavige beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, is verzoeker (naast de moeder) de juridische ouder van [de minderjarige] . Op grond van het bepaalde in artikel 1:251, eerste lid, BW oefenen verzoeker en de moeder vanaf dat moment het gezag over [de minderjarige] gezamenlijk uit.
4.1
De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder sub k. van het Besluit gezagsregisters bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking ten aanzien van [de minderjarige] .
geslachtsnaam [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige]
4.11
[de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] zijn de eerste kinderen tot wie verzoeker en de moeder in familierechtelijke betrekking komen te staan.
4.12
Op grond van het bepaalde in artikel 1:5, zevende lid, BW kan een kind van 16 jaar of ouder dat wordt geadopteerd een keuze doen voor de geslachtsnaam die hij na de adoptie zal dragen. Deze naamskeuze is gebonden aan de naam van de ene of de andere ouder, met wie hij in familierechtelijke betrekking blijft staan dan wel komt te staan.
[de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] hebben er voor gekozen dat zij na de adoptie de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam] ’ dragen.
geboortegegevens [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige]
4.13
Op grond van het bepaalde in artikel 1:25, vijfde lid, BW zal de rechtbank de inschrijving in de registers van de burgerlijke stand bevelen van het zich bij de stukken bevindende uittreksel van de akte van geboorte van [de jongmeerderjarige] , gedateerd 30 juli 2021, (Nummer: [x] ) evenals van het zich bij de stukken bevindende uittreksel van de akte van geboorte van [de minderjarige] , gedateerd 30 juli 2021, (Nummer: [x] ). Hierbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de ABS heeft aangegeven dat geen bezwaar bestaat tegen een last tot inschrijving van deze akten.

5.Beslissing

5.1
spreekt uit de adoptie van de destijds minderjarige van het vrouwelijk geslacht:
[de jongmeerderjarige], geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] (België),
door verzoeker voornoemd;
5.2
spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het mannelijk geslacht:
[de minderjarige], geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] (België),
door verzoeker voornoemd
5.3
stelt vast dat [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] hebben gekozen voor de geslachtsnaam: ‘ [geslachtsnaam] ’;
5.4
beveelt de inschrijving van de hierboven onder 4.13 vermelde uittreksels van de akte van geboorte van [de jongmeerderjarige] en [de minderjarige] in de registers van de burgerlijke stand te Den Haag;
5.5
bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking ten aanzien van [de minderjarige] ;
5.6
draagt de griffier - op grond van artikel 1:20 e lid 1 BW - op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.H. Steenmetser-Bakker, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2022.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 4 oktober 2022.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.