ECLI:NL:RBNHO:2022:9719

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 oktober 2022
Publicatiedatum
2 november 2022
Zaaknummer
9436577 \ CV EXPL 21-6210
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over compensatie luchtvaartvertraging en ticketprijs minderjarige passagier

AirHelp Limited heeft een vordering ingesteld tegen Air Europa Líneas Aéreas S.A. wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur op 1 september 2019 van Madrid naar Amsterdam. De passagiers hadden een vervoersovereenkomst gesloten en droegen hun vordering over aan AirHelp. AirHelp vordert compensatie conform Verordening (EG) nr. 261/2004, €250 per passagier.

De vervoerder betwist de vordering. De kantonrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en wijst op artikel 3 lid 3 van Pro de Verordening, waarin staat dat passagiers die gratis of tegen een gereduceerd tarief reizen niet onder de Verordening vallen, tenzij het ticket via een frequent flyer programma is verstrekt.

Omdat het minderjarige kind ten tijde van de vlucht één jaar oud was, is het voorlopig oordeel dat de Verordening niet van toepassing is op de vordering voor dit kind als het ticket gratis of tegen gereduceerd tarief is verstrekt. AirHelp krijgt daarom de gelegenheid nadere gegevens over de ticketprijs van het minderjarige kind te verstrekken en zich uit te laten over dit oordeel. De vervoerder kan hierop reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: Vonnis houdt verdere beslissing aan en geeft eisende partij gelegenheid nadere gegevens over ticketprijs minderjarig kind te verstrekken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9436577 \ CV EXPL 21-6210 (RH)
Uitspraakdatum: 19 oktober 2022
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Limited
gevestigd te Hong Kong (China)
eiser
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar Spaans recht
Air Europa Líneas Aéreas S.A.
gevestigd te Llucmajor (Spanje)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mrs. N. Bekri en E. de la Fuente González

1.Het procesverloop

1.1.
AirHelp heeft bij dagvaarding van 27 augustus 2021 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
AirHelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers op 1 september 2019 diende te vervoeren van Madrid-Barajas Airport (MAD), Spanje, naar Amsterdam Schiphol Airport (AMS), met vluchtnummer UX1091, hierna: de vlucht.
2.2.
De vlucht heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen.
2.3.
De passagiers hebben hun vermeende vordering door middel van cessie overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
2.5.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de compensatie te voldoen conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier.

4.Het verweer

4.1.
De vervoerder betwist de vordering. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
5.2.
Artikel 3 lid 3 van Pro de Verordening luidt als volgt:
“Deze verordening geldt niet voor passagiers die gratis reizen of tegen een gereduceerd tarief dat niet rechtstreeks of indirect voor het publiek toegankelijk is. Passagiers die in het bezit zijn van tickets die door een luchtvaartmaatschappij of touroperator zijn verstrekt in het kader van een Frequent Flyer programma of een ander commercieel programma, vallen echter wel onder deze verordening.”
5.3.
Uit productie 4 bij de dagvaarding volgt dat de passagier [betrokkene 4] (hierna: het minderjarige kind) ten tijde van de uitvoering van de vlucht 1 jaar oud was. Gelet op artikel 3, lid 3, van de Verordening, is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter de Verordening niet van toepassing voor zover de vordering betrekking heeft op het minderjarige kind, indien vast komt te staan dat het minderjarige kind gratis of tegen een gereduceerd tarief door de vervoerder is vervoerd. De voorlopige conclusie is dan dat aan AirHelp voor wat betreft het minderjarige kind geen vorderingsrecht op grond van artikel 7 van Pro de Verordening toekomt. Alvorens vonnis te wijzen, zal AirHelp eerst in de gelegenheid worden gesteld nadere gegevens te verstrekken omtrent de ticketprijs die is betaald ten aanzien van het minderjarige kind en zich over het voorlopig oordeel van de kantonrechter uit te laten. De vervoerder zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld bij antwoordakte te antwoorden.
5.4.
Tevens wordt AirHelp in de gelegenheid gesteld om te reageren op productie 5, welke bij conclusie van dupliek door de vervoerder in het geding is gebracht.
5.5.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
stelt de passagiers in de gelegenheid om uiterlijk vóór 16 november 2022 zich bij akte uit te laten zoals bedoeld in overweging 5.3 en 5.4;
6.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter