ECLI:NL:RBNHO:2022:9547

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 oktober 2022
Publicatiedatum
27 oktober 2022
Zaaknummer
10043308 \ CV EXPL 22-3754
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 RvBoek 6, titel 5, afdeling 2B BW
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende nakoming precontractuele informatieplichten consument

De eiser, een besloten vennootschap, heeft de gedaagde gedagvaard wegens een geschil over een overeenkomst tussen handelaar en consument. De gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter toetst ambtshalve of aan de wettelijke precontractuele informatieplichten uit Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW is voldaan.

De eiser stelde dat zij de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze had geïnformeerd conform artikel 6:230l lid 1 BW, en verwees ter onderbouwing naar een WhatsApp-gesprek. De kantonrechter oordeelde echter dat deze informatie niet volledig was, omdat essentiële gegevens zoals de totale prijs, wijze van betaling, levering, nakoming en termijn ontbraken.

Daarmee voldeed de eiser niet aan haar stelplicht en onderbouwing zoals vereist op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro. De vordering werd daarom afgewezen en de proceskosten werden aan de eiser opgelegd. De eiser kreeg geen mogelijkheid tot nadere toelichting wegens het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende nakoming van de precontractuele informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10043308 \ CV EXPL 22-3754
Uitspraakdatum: 19 oktober 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[bedrijf] B.V.
gevestigd te [plaats 2]
de eisende partij
gemachtigde: Landelijke Associatie Van Gerechtsdeurwaarders B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats 1]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.2.
De eisende partij heeft gesteld dat op de onderhavige overeenkomst de contractuele informatieplichten van artikel 6:230l BW van toepassing zijn. Volgens de eisende partij heeft zij, voordat de overeenkomst tot stand is gekomen, aan de gedaagde partij op een duidelijke en begrijpelijke wijze de informatie als bedoeld in artikel 6:230l lid 1 sub a tot en met d BW verstrekt. Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst de eisende partij naar productie 1. Productie 1 bevat een WhatsApp-gesprek tussen de eisende partij en de gedaagde partij.
2.3.
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Het WhatsApp-gesprek bevat namelijk niet alle in artikel 6:230l lid 1 BW genoemde informatie. Zo ontbreekt de totale prijs van de dienst en de wijze van betaling, levering, nakoming en de termijn waarbinnen de handelaar zich verbindt de dienst te verlenen.
Wat is hiervan het gevolg?
2.4.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.5.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter