ECLI:NL:RBNHO:2022:9534

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 augustus 2022
Publicatiedatum
27 oktober 2022
Zaaknummer
9924112 \ CV EXPL 22-3396
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v lid 7 BWArt. 7:2A BWArt. 7:58 lid 2 BWArt. 111 lid 2 onder d Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende naleving precontractuele informatieplichten en kredietwetgeving

De zaak betreft een bodemprocedure waarin Billink B.V. een vordering instelt tegen een consument. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waarbij de eisende partij moet aantonen dat zij heeft voldaan aan de wettelijke precontractuele informatieplichten zoals neergelegd in Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek.

De kantonrechter constateert dat Billink B.V. niet voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij aan deze informatieplichten heeft voldaan. Zo ontbreken onderbouwde printscreens van het bestelproces en een bevestiging die voldoet aan artikel 6:230v lid 7 BW. Daarnaast is vastgesteld dat sprake is van een kredietovereenkomst, waarbij de eisende partij ook moet voldoen aan de bepalingen van titel 7:2A BW of een uitzondering daarop moet aantonen.

Omdat de eisende partij niet aan haar stelplicht heeft voldaan en de proceskosten voor haar rekening komen, wijst de kantonrechter de vordering af en veroordeelt Billink B.V. tot betaling van de proceskosten, die voor de gedaagde partij nihil worden vastgesteld.

Uitkomst: De vordering van Billink B.V. wordt afgewezen wegens onvoldoende naleving van precontractuele informatieplichten en kredietwetgeving.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9924112 \ CV EXPL 22-3396
Uitspraakdatum: 10 augustus 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Billink B.V.
gevestigd te Rotterdam
de eisende partij
gemachtigde: LikiFin
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.2.
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft immers nagelaten een met printscreens onderbouwde toelichting van het bestelproces te overleggen, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230m lid 1 BW bedoelde essentiële informatie is verstrekt. Ook heeft zij niet toegelicht op welke wijze zij heeft voldaan aan de contractuele verplichting van artikel 6:230v lid 7 BW. Een bevestiging die aan de eisen van artikel 6:230v lid 7 BW voldoet, ontbreekt.
Wat is hiervan het gevolg?
2.3.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.4.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.
2.5.
Bovendien heeft de kantonrechter geconstateerd dat tussen de eisende partij en de gedaagde partij een kredietovereenkomst is gesloten. Partijen zijn namelijk overeengekomen dat de gedaagde partij het aankoopbedrag van de bij de webshop bestelde goederen na levering van die goederen aan de eisende partij betaalt. Het aan de gedaagde partij verlenen van uitstel van betaling is een vorm van kredietverstrekking. Dit betekent dat de eisende partij in dit soort zaken (in het vervolg) ook moet stellen en onderbouwen dat (i) is voldaan aan de bepalingen van titel 7:2A BW, of (ii) dat sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 BW Pro. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat (ook) het ontbreken van onderbouwde stellingen op dit punt in eventuele vervolgprocedures kan leiden tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter