Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
'dood maak ik je, je moet dood dood', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
2.Voorvragen
3.Standpunten van partijen
4.Vrijspraak
'dood maak ik je, je moet dood dood';
6.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van de verdachte
8.Motivering van de maatregel
(€ 6.000,00) die zij als gevolg van de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag voor wat betreft de materiële schade met ingang van 25 oktober 2022 en voor de immateriële schade met ingang van 3 januari 2022. De gestelde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
€ 5.000,00 billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
- De verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.
- De verdachte laat één of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien.
- De verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden.
- De verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.
- De verdachte zorgt ervoor dat hij te allen tijde bereikbaar is voor zijn begeleiders en
- De verdachte werkt mee aan huisbezoeken.
- De verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.
- De verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.
- De verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de verdachte, als dat van belang is voor het toezicht.
- De verdachte verschaft de reclassering zicht op de voortgang van zijn resocialisatie en begeleiding en verleent de reclassering toestemming om relevante referenten te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel uitmaken van zijn netwerk.
- De verdachte zal geen omgang hebben met personen die zijn resocialisatie in gevaar (kunnen) brengen en stelt zich open op, inzake het aangaan van nieuwe relaties of bestaande relaties en heeft geen bezwaar dat deze op ‘gepaste en discrete’ wijze door de reclassering worden gescreend.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 300,00als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
1 december 2021tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 300,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
6 dagengijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
1 december 2021tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 6.730,86, bestaande uit € 1.730,86 als vergoeding voor de materiële en € 5.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag.
€ 1.730,86ten aanzien van de materiële schade dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
25 oktober 2022tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 5.000,00ten aanzien van de immateriële schade dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
3 januari 2022tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van €
6.730,86, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
68 dagengijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag ten aanzien van de materiële schade (€ 1.730,86) wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
25 oktober 2022tot aan de dag der algehele voldoening en ten aanzien van de immateriële schade (€ 5.000,00) wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
3 januari 2022tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.