Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 31 augustus 2022
- de mondelinge behandeling van 3 oktober 2022, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden
- de pleit(aantekeningen) van mr. Vosmeijer namens [gedaagde].
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn broers die een geschil hebben over de verdeling van een woning in Spanje die op naam van gedaagde staat. Eiser stelt mede-eigenaar te zijn en vordert betaling van de helft van de waarde en medewerking aan verkoop. Gedaagde betwist mede-eigendom en stelt sinds 1971 eigenaar te zijn.
De rechtbank onderzoekt de rechtsmacht en het toepasselijk recht, waarbij Nederlands recht van toepassing is op de nalatenschappen van de ouders, en Spaans goederenrecht op het onroerend goed. Uit het testament van vader blijkt geen legaat aan partijen toegekend te zijn betreffende de woning.
Eiser kan niet aantonen dat de woning onderdeel uitmaakte van de nalatenschap van vader of moeder, noch dat sprake is van gezamenlijk eigendom. Een overeenkomst uit 1988 en een gespreksnotitie uit 2006 zijn onvoldoende om eigendomsoverdracht aan eiser te bewijzen. De vorderingen worden daarom afgewezen.
De rechtbank compenseert de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede en op 26 oktober 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en compenseert de proceskosten.