ECLI:NL:RBNHO:2022:9321

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 oktober 2022
Publicatiedatum
19 oktober 2022
Zaaknummer
8187486
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim wegens vertraging vlucht Ibiza-Amsterdam onder drie uur

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst met de vervoerder gesloten voor een vlucht van Ibiza naar Amsterdam op 11 september 2017. De vlucht werd vertraagd uitgevoerd en de passagiers vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 wegens deze vertraging.

De kern van het geschil betrof de vraag of de vertraging op de eindbestemming meer dan drie uur bedroeg, waarbij de passagiers stelden dat de aankomsttijd op de boardingpassen (18:10 uur) leidend was, terwijl de vervoerder verwees naar de aankomsttijd in de boekingsbescheiden (18:30 uur).

De kantonrechter oordeelde dat de aankomsttijd op de boardingpassen een verwachte aankomsttijd is en geen geplande aankomsttijd, waardoor geen sprake is van een schemawijziging. De vertraging moet worden beoordeeld aan de hand van de geplande aankomsttijd in de boekingsbescheiden. De vlucht arriveerde om 21:20 uur, wat een vertraging van 2 uur en 50 minuten betekent, minder dan de vereiste drie uur voor compensatie.

De vordering tot compensatie werd daarom afgewezen en de passagiers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtvertraging wordt afgewezen omdat de vertraging minder dan drie uur bedroeg.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8187486 \ CV EXPL 19-18233
Uitspraakdatum: 5 oktober 2022
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1.[eiser 1] (Thailand),

2.
[eiser 2],wonende te [plaats],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. I.G.B. Maertzdorff en mr. M.J.R. Hannink (EUclaim B.V.)
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Corendon Dutch Airlines B.V.
gevestigd te Lijnden
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Nijenhuis

1.Het procesverloop

1.1.
De passagiers hebben bij dagvaarding van 23 augustus 2019 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagiers hebben zich bij akte uitgelaten over (de producties bij) de schriftelijke reactie van de vervoerder.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Ibiza Airport (Spanje) naar Amsterdam Schiphol Airport op 11 september 2017, hierna: de vlucht.
2.2.
De vlucht is vertraagd uitgevoerd.
2.3.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
2.4.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering

3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 september 2017, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 181,50 dan wel € 145,20 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 22 september 2017 dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier.
3.3.
De vervoerder betwist de verschuldigdheid van het gevorderde. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Tussen partijen is in geschil of de vertraging van de passagiers op de eindbestemming méér dan drie uur bedraagt.
4.3.
De passagiers stellen zich op het standpunt dat er sprake is van een schemawijziging. Bij de beoordeling van de aankomstvertraging moet dan ook worden uitgegaan van de nieuwe aankomsttijd zoals vermeld op de boardingpassen. Uit productie 1 bij dagvaarding blijkt dat op de boardingpassen van de passagiers een aankomsttijd van 18:10 uur lokale tijd staat vermeld.
4.4.
De vervoerder heeft daartegen aangevoerd dat bij de beoordeling van de aankomstvertraging moet worden uitgegaan van de aankomsttijd zoals vermeld in de boekingsbescheiden. Uit productie 1 bij dagvaarding blijkt dat op de vliegtickets een aankomsttijd van 18:30 uur lokale tijd staat vermeld.
4.5.
De kantonrechter overweegt als volgt. Hoewel de aankomsttijd op de boardingpassen verschilt van de aankomsttijd op de boekingsbescheiden, is er naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van een schemawijzing. De vlucht is immers niet uitgesteld. Dat de vlucht uiteindelijk met vertraging is uitgevoerd doet daar niets aan af.
4.6.
De aankomsttijd op de boardingpassen is de verwachte aankomsttijd en niet de geplande aankomsttijd. Kennelijk had de vervoerder verwacht dat de uitvoering van de vlucht minder tijd in beslag zou nemen dan oorspronkelijk gepland. De passagiers kunnen echter geen rechten ontlenen aan de omstandigheid dat deze meevaller uiteindelijk toch geen werkelijkheid werd.
4.7.
Het enkele feit dat verschillende websites en andere bronnen de verwachte aankomsttijd en niet de geplande aankomsttijd vermelden is voor de beoordeling van dit geschil niet relevant.
4.8.
Op grond van de vervoersovereenkomst zouden de passagiers om 18:30 uur lokale tijd in Amsterdam aankomen. Dit is dan ook de aankomsttijd waar de passagiers vanuit mochten gaan. Niet in geschil is dat de vlucht om 21:20 uur lokale tijd in Amsterdam is aangekomen (productie 2 bij antwoord). De totale vertraging van de passagiers op de eindbestemming bedraagt dan ook 2 uur en 50 minuten. Dat de vervoerder voorafgaand aan de procedure een andere mening was toegedaan doet niet ter zake. De vordering tot compensatie zal, nu er sprake was van een vertraging op de eindbestemming van minder dan 3 uur, worden afgewezen.
4.9.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 248,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 62,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter