Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Stichting ROC Midden Nederland (Business & Administration College)
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een civiele procedure tussen Stichting ROC Midden Nederland (Business & Administration College) als eisende partij en een gedaagde die niet is verschenen. De eisende partij vordert betaling op grond van een overeenkomst die zij stelt te zijn aangegaan met de gedaagde. De kantonrechter verleent verstek tegen de gedaagde.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waarbij de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten uit Boek 6, titel 5, afdeling 2B BW van toepassing zijn. De eisende partij heeft niet duidelijk gesteld hoe de overeenkomst tot stand is gekomen, noch voldoende onderbouwd dat aan deze informatieplichten is voldaan. Hoewel schriftelijke overeenkomsten uit 2018, 2019 en 2021 zijn overgelegd, zijn deze met een natte handtekening ondertekend, waardoor twijfel bestaat of het om een overeenkomst op afstand gaat.
De eisende partij heeft nagelaten een gedetailleerde toelichting te geven op het aanmeldproces en heeft slechts in algemene termen gesteld dat aan de wettelijke eisen is voldaan, zonder concrete verwijzingen naar stukken of schermafdrukken. Dit leidt ertoe dat de kantonrechter niet kan vaststellen dat aan de stelplicht is voldaan.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de eis en de gronden daarvan volledig en naar waarheid stellen. Dit is niet gebeurd, waardoor de vordering wordt afgewezen. De eisende partij krijgt geen gelegenheid tot nadere toelichting. De proceskosten worden aan de eisende partij opgelegd.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende stelling en onderbouwing door de eisende partij.