ECLI:NL:RBNHO:2022:8870

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 oktober 2022
Publicatiedatum
6 oktober 2022
Zaaknummer
9975854
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230o BWArt. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering reparatiekosten CV-ketel wegens niet-naleving informatieplichten

De zaak betreft een vordering van Energie Service Noord West C.V. tegen de gedaagde voor de kosten van de reparatie van een storing in de CV-ketel. De vordering is gebaseerd op een aparte overeenkomst, los van het onderhoudsabonnement. De eisende partij stelde niet dat zij had voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten die gelden bij overeenkomsten tussen handelaar en consument.

De kantonrechter benadrukt dat deze informatieplichten ambtshalve moeten worden getoetst, ook bij verstek. Omdat de eisende partij niet heeft voldaan aan haar stelplicht en onvoldoende feiten heeft aangevoerd die aantonen dat aan deze plichten is voldaan, wordt de vordering afgewezen.

De eisende partij krijgt geen gelegenheid om haar vordering nader toe te lichten. De proceskosten worden aan de eisende partij opgelegd en voor de gedaagde vastgesteld op nihil. Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.M. Kruithof.

Uitkomst: De vordering tot betaling van reparatiekosten wordt afgewezen wegens niet-naleving van de informatieplichten.

Uitspraak

|RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 9975854 \ CV EXPL 22-2407
Uitspraakdatum: 6 oktober 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de commanditaire vennootschap
Energie Service Noord West C.V.
gevestigd te Alkmaar
de eisende partij
gemachtigde: K.W.A. van der Meer
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.2.
De eisende partij stelt dat de gedaagde partij op 12 oktober 2021 via de website van de eisende partij een aanvraag heeft gedaan voor een onderhoudsabonnement. Deze overeenkomst is volgens de eisende partij uiteindelijk buiten de verkoopruimte (bij de gedaagde thuis) op 13 oktober 2021 tot stand gekomen. Ten aanzien van het onderhoudsabonnement heeft de eisende partij toegelicht dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten.
2.3.
De kantonrechter merkt op dat de onderhavige vordering niet ziet op het onderhoudsabonnement, maar op de kosten van de reparatie van een storing in de CV-ketel van de gedaagde partij op 13 oktober 2021. Uit de overgelegde stukken blijkt dat dit een separate overeenkomst betreft. Het feit dat in de dagvaarding staat dat de overeenkomst voor het onderhoudsabonnement pas is afgesloten nádat het onderhoud aan de CV-ketel heeft plaatsgevonden bevestigt dat.
2.4.
Ten aanzien van de overeenkomst tot het uitvoeren van de reparatie heeft de eisende partij niet gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten.
Wat is hiervan het gevolg?
2.5.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) moet de dagvaarding de eis en de gronden daarvan vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro moet de eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.
2.6.
De eisende partij heeft niet aan deze eisen voldaan. Daarom wordt de vordering afgewezen. Gelet op artikel 3.5 van het Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton wordt de eisende partij niet meer in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte alsnog nader toe te lichten en te onderbouwen.
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van de eisende partij, omdat zij ongelijk krijgt. Deze worden aan de kant van de gedaagde partij tot en met vandaag vastgesteld op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter