De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van poging tot het opzettelijk binnenbrengen van cocaïne in Nederland via Schiphol. Het primair ten laste gelegde feit, verlengde invoer van cocaïne, is vrijgesproken omdat de drugs in Suriname werden onderschept en Nederland niet hebben bereikt.
De verdediging voerde onder meer bewijsuitsluiting aan vanwege het ontbreken van het volledige dossier uit Suriname en het niet kunnen toetsen van verklaringen van een mededader. De rechtbank verwierp deze bezwaren en achtte de verklaring van de mededader betrouwbaar en toereikend om verdachte als medepleger aan te merken.
De rechtbank stelde vast dat verdachte een organiserende rol had in het drugstransport, onder meer door het regelen van documenten en het coördineren van de koerier. Gelet op de ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne en de eerdere veroordeling van verdachte, werd een gevangenisstraf van 39 maanden opgelegd, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.
De straf is gematigd vanwege het feit dat het om een poging ging en vanwege de ernstige ziekte van verdachte. De rechtbank verklaarde de verdachte strafbaar en veroordeelde hem conform de richtlijnen voor dit soort delicten.