Ondernemers in Velsen-Noord verzochten de gemeente handhavend op te treden tegen het aanmeren en gebruik van een cruiseschip als opvanglocatie voor maximaal 1200 asielzoekers, omdat dit in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en veiligheids- en leefbaarheidsaspecten. De gemeente weigerde handhaving, waarna verzoekers een voorlopige voorziening vroegen bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het aanmeren en gebruik van het schip inderdaad in strijd is met het bestemmingsplan en dat er nog geen omgevingsvergunning was verleend. Echter, het COA had een aanvraag ingediend voor een tijdelijke omgevingsvergunning en er was concreet zicht op legalisatie. Daarnaast waren er geen voldoende zwaarwegende bezwaren van verzoekers die handhaving rechtvaardigden, zoals externe veiligheid, veiligheid op de kade, leefbaarheid en specifieke bedrijfsbelangen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het belang van het COA en de gemeente bij het direct realiseren van de opvangvoorziening zwaarder weegt dan het belang van verzoekers bij handhaving. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor het cruiseschip mag aanmeren en in gebruik worden genomen voor de opvang van asielzoekers.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.H.M. Bruin op 26 september 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.