ECLI:NL:RBNHO:2022:8477
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in zaak verlenging machtiging uithuisplaatsing zoon
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van haar zoon behandelde. Zij stelde dat de rechter subjectief had gehandeld tijdens een eerdere zitting over haar dochter, waarbij relevante onderwerpen niet aan bod kwamen en zij minder spreektijd kreeg.
De wrakingskamer oordeelde dat de bezwaren alleen betrekking hadden op de zaak van de dochter, die reeds was afgerond met een mondelinge uitspraak, waardoor wraking in die zaak niet meer mogelijk was. Voor de hoofdzaak over de zoon was de behandeling net begonnen en had verzoekster de gelegenheid om relevante onderwerpen aan te dragen.
Er waren geen concrete feiten of omstandigheden die wezen op vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter in de hoofdzaak. Het gevoel van verzoekster dat de rechter niet de juiste informatie had betrokken, vormde geen grond voor wraking. Het verzoek werd daarom afgewezen en de procedure in de hoofdzaak werd voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen en de procedure over de zoon wordt voortgezet.