Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
23 september 2022.
Rechtbank Noord-Holland
De moeder verzoekt de rechtbank om de uitspraak van de Sharia-rechtbank te Damascus te erkennen, waarin zij tot legal guardian over de minderjarige kinderen is benoemd, en het gezamenlijk gezag te beëindigen. De vader is sinds 2012/2013 uit beeld en er is geen contact meer tussen partijen. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is gebleken dat de buitenlandse uitspraak voldoet aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 431 Rv Pro en wijst het primaire verzoek af.
De rechtbank beoordeelt vervolgens het subsidiaire verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag en toekenning van eenhoofdig gezag aan de moeder. De minderjarige kinderen hebben hun mening kenbaar gemaakt, waarbij zij aangeven geen contact te hebben met de vader en het goed te hebben bij de moeder. De Raad voor de Kinderbescherming bevestigt het langdurige contactgebrek en het belang van eenhoofdig gezag voor een effectieve opvoeding.
Gelet op de gewijzigde omstandigheden en het ontbreken van contact met de vader, concludeert de rechtbank dat het gezamenlijk gezag niet langer houdbaar is. De rechtbank beëindigt het gezamenlijk gezag en kent de moeder het eenhoofdig gezag toe over de minderjarige kinderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de moeder krijgt het eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen.