ECLI:NL:RBNHO:2022:8393

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 augustus 2022
Publicatiedatum
21 september 2022
Zaaknummer
C/15/330536 / KG ZA 22-394
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 lid 4 RvArt. 61 RvArt. 557a lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming en schadevergoeding krakers woning aan adres in gemeente

De stichting Parteon vordert in kort geding de ontruiming van een woning gelegen aan een adres in een gemeente, bewoond door krakers die niet op de zitting zijn verschenen. De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de gedaagden. Parteon heeft aannemelijk gemaakt dat de woning door personen zonder persoonlijk of zakelijk recht wordt bewoond en dat de identiteit van deze bewoners niet kon worden achterhaald.

De vorderingen tot ontruiming en schadevergoeding wegens misgelopen huurinkomsten worden toegewezen. De schadevergoeding geldt tot de dag van ontruiming, omdat Parteon onvoldoende heeft toegelicht waarom daarna nog een verplichting zou bestaan. De gevorderde dwangsom wordt toegewezen en gematigd. Tevens wordt bepaald dat het vonnis tot zes maanden na dagtekening kan worden uitgevoerd tegen iedereen die zich in de woning bevindt of daar binnentreedt.

De gedaagden worden veroordeeld tot betaling van proceskosten, begroot op €1.709,48 plus nakosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De zitting wordt gesloten met een mondeling vonnis.

Uitkomst: Gedaagden worden verstek verleend en veroordeeld tot ontruiming, betaling van schadevergoeding en proceskosten met dwangsom en uitvoerbaarheid bij voorraad.

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/330536 / KG ZA 22-394
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 16 augustus 2022
in de zaak van
de stichting
STICHTING PARTEON,
gevestigd te Wormerveer,
eiseres,
advocaat: mr. R.W. Nederveen te Amsterdam,
tegen

1.[gedaagde],

wonende te [plaats],
2.
HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, GELEGEN AAN DE [adres],
gedaagden,
niet verschenen
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.
Tegenwoordig zijn mr. A.H. Schotman, voorzieningenrechter, en mr. H. Bruin, griffier.
Na uitroeping van de zaak zijn namens Parteon verschenen mevrouw [betrokkene], bijgestaan door mr. Nederveen voornoemd.
Mr. Nederveen heeft verklaard dat het standpunt van Parteon blijkt uit de dagvaarding en dat hij daarop geen aanvullingen heeft.
De voorzieningenrechter heeft vervolgens het volgende mondelinge vonnis gewezen.
MONDELING VONNIS IN KORT GEDING

1.De gronden van de beslissing

Verstekverlening

1.1.
Bij de oproeping van gedaagde sub 1 zijn de wettelijke formaliteiten in acht genomen. Omdat hij niet is verschenen, zal tegen hem verstek worden verleend.
1.2.
Parteon heeft bovendien voldoende aannemelijk gemaakt dat niet is uitgesloten dat de woning aan de [adres] [plaats], gemeente [gemeente] (hierna: de woning) door andere personen anders dan krachtens een persoonlijk of zakelijk recht wordt bewoond en/of gebruikt en dat Parteon in redelijkheid de identiteit van deze bewoners niet heeft kunnen achterhalen. Parteon heeft dus de in artikel 45 lid 4 juncto Pro artikel 61 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) omschreven wijze van dagvaarden mogen toepassen ten aanzien van gedaagden sub 2. Bij de uitvoering daarvan zijn de wettelijk vereiste formaliteiten in acht genomen. Nu gedaagden sub 2 niet zijn verschenen, wordt ook tegen hen verstek verleend.
Beoordeling van de vorderingen
1.3.
De schadevergoedingsvordering bestaande uit de misgelopen huurinkomsten zal worden toegewezen tot de dag van ontruiming. Parteon heeft onvoldoende toegelicht waarom ook daarna nog een schadevergoedingsverplichting bestaat voor gedaagde sub 1.
1.4.
De ontruimings- en schadevergoedingsvorderingen komen de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen en gematigd op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
1.5.
Parteon heeft daarnaast gevorderd dat wordt bepaald dat dit vonnis ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich gedurende zes maanden na de datum van dit vonnis in de woning bevindt of daar binnentreedt. Gelet op het bepaalde in artikel 557a lid 3 Rv kan ook dit deel van de vorderingen worden toegewezen, echter uitsluitend voor wat betreft de ontruiming. De genoemde wettelijke regeling heeft geen betrekking op schadevergoedingsvorderingen.
1.6.
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van Parteon tot op heden worden begroot op € 1.709,48 (waarvan € 377,48 aan dagvaardingskosten, € 676,- aan griffierecht en € 656,- aan salaris advocaat). De gevorderde nakosten zullen worden begroot conform het daarop toepasselijke liquidatietarief.

2.De beslissing

De voorzieningenrechter
2.1.
verleent verstek tegen gedaagden;
2.2.
veroordeelt gedaagden de woning, gelegen aan de [adres] [plaats], gemeente [gemeente], binnen 24 uur na betekening van dit vonnis met de daarin vanwege gedaagden aanwezige goederen en personen te verlaten, met overgifte aan Parteon van de sleutels en al hetgeen tot de woning behoort ter vrije en algehele beschikking van Parteon te stellen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor elke dag of gedeelte daarvan dat gedaagden hiermee in gebreke blijven, tot een maximum van € 10.000,- is bereikt;
2.3.
bepaalt dat de ontruimingsveroordeling in dit vonnis tot een half jaar na dagtekening daarvan ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die ten tijde van de tenuitvoerlegging zich in de woning, of gedeelte daarvan, bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;
2.4.
veroordeelt gedaagde sub 1 tot betaling aan Parteon van een bedrag van € 421,70 per maand vanaf 18 augustus 2022 tot aan de dag van ontruiming;
2.5.
veroordeelt gedaagde sub 1 bij wijze van voorschot tot betaling aan Parteon van een bedrag van € 4,- per dag vanaf 19 juli 2022 tot aan de dag van de ontruiming;
2.6.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van Parteon tot op heden begroot op € 1.709,48, te vermeerderen met de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;
2.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
2.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
De voorzieningenrechter sluit de zitting.
Waarvan proces-verbaal,
De griffier
mr. H. Bruin
De voorzieningenrechter
Mr. A.H. Schotman