Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door –terwijl er voor inhalen te weinig ruimte was- zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, met onverminderde snelheid, althans zonder zijn snelheid aan te passen aan de situatie ter plaatse, een groep fietsers in te halen en daarbij in botsing of aanrijding te komen met een van die fietsers waardoor aan die fietser (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten inwendig bloedverlies en/of een of meerdere botbreuken en/of een hersenkneuzing en/of een gescheurde middenrif en/of een klaplong en/of een gescheurde milt, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Deze beugel met buitenspiegels klapte door de botsing naar binnen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Bijkomende straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
100 (honderd) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.
6 (zes) MAANDEN, met aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.