De rechtbank Noord-Holland heeft op 30 augustus 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van het aanwezig hebben van circa 4000 gram harddrugs (heroïne, cocaïne, metamfetamine), het voorhanden hebben van een vuurwapen van het merk Glock type 23, en het in voorraad hebben van ketamine.
Hoewel DNA-sporen van de verdachte werden aangetroffen op een tas met ketamine en op de patroonhouder van het vuurwapen in het appartement, waren er geen andere bewijsmiddelen die zijn betrokkenheid bij de feiten konden bevestigen. De verdachte ontkende betrokkenheid en verklaarde slechts als gast aanwezig te zijn geweest. Ook verklaringen van medeverdachten ondersteunden geen betrokkenheid.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om tot een bewezenverklaring te komen. Het ontbreken van aanwijzingen dat de verdachte bekend was met de aanwezigheid van de verdovende middelen en het vuurwapen leidde tot een vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van 26 maanden geëist, maar deze vordering werd door de rechtbank verworpen wegens gebrek aan overtuigend bewijs.