ECLI:NL:RBNHO:2022:8017
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verlenging pgb begeleiding individueel en toekenning met terugwerkende kracht
Eiser, een minderjarige met een autistische stoornis, had een persoonsgebonden budget (pgb) voor individuele begeleiding van 10,5 uur per week, waarvan de indicatie eindigde op 31 juli 2017. Verweerder weigerde de verlenging van het pgb en stelde dat de zorgbehoefte niet kon worden vastgesteld vanwege het ontbreken van een objectief en onafhankelijk onderzoek. Na bezwaar en opschorting werd alsnog een onderzoek uitgevoerd, waarna een pgb van 15,75 uur per week werd toegekend vanaf 27 september 2018.
Eiser stelde dat de voorziening met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2017 had moeten worden toegekend, en dat verweerder ten onrechte de bezwaarprocedure gesplitst had, wat strijdig is met artikel 7:11 Awb Pro. De rechtbank oordeelde dat verweerder onjuist had gehandeld door de besluitvorming te splitsen en dat het onderzoek onderdeel uitmaakt van een volledige heroverweging. Tevens werd geoordeeld dat de medewerkingsplicht van de moeder van eiser niet was geschonden.
De rechtbank stelde vast dat de zorgbehoefte vanaf 1 augustus 2017 vast te stellen is en dat de toekenning van 15,75 uur per week begeleiding ook voor die periode geldt. Het bestreden besluit van 7 november 2019 werd vernietigd, de primaire besluiten herroepen en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en bepaalt dat het pgb met terugwerkende kracht wordt toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het pgb voor individuele begeleiding wordt met terugwerkende kracht toegekend vanaf 1 augustus 2017.