Eiser, sinds 2009 in dienst bij de gemeente Haarlemmermeer, werd op 19 december 2019 primair ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim en subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Dit volgde op een onderzoek na een doorzoeking door de Rijksrecherche en verdenkingen van ambtelijke corruptie en witwassen. Het onderzoek werd uitgevoerd door een extern bureau en leidde tot een rapport met bevindingen over het aannemen van geschenken, onwaarheden en het gebruik van zakelijke e-mail voor privédoeleinden.
Eiser betwistte de aantijgingen en stelde dat geschenken tot zijn functie behoorden en dat hij niet op de hoogte was van een zero tolerance beleid. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en onpartijdig was, dat eiser de gedragingen heeft verricht die als plichtsverzuim kwalificeren, en dat hij deze gedragingen had moeten melden. De rechtbank verwierp het beroep op schending van de onschuldpresumptie en benadrukte dat bestuursrechtelijke normen gelden.
Gelet op de ernst van de gedragingen en de hoge integriteitseisen voor ambtenaren, vond de rechtbank het opgelegde strafontslag niet onevenredig. Eiser had een grote mate van vrijheid in zijn functie en had zich bewust moeten zijn van zijn verantwoordelijkheden. Ook het niet melden van het strafrechtelijk onderzoek en de vriendschappelijke relatie met een zakenrelatie werden hem aangerekend. Het beroep werd ongegrond verklaard en het ontslag bleef van kracht.