De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige dochter door haar te zoenen met de tong gedurende de periode circa 1999 tot en met 14 februari 2004.
De rechtbank achtte de verklaringen van het slachtoffer en getuigen betrouwbaar en overtuigend, ondanks het tijdsverloop en de moeilijke familiesituatie. De ontuchtige handelingen vonden frequent plaats en werden binnen het gezin als abnormaal ervaren. De rechtbank kwalificeerde het zoenen met de tong binnen de vader-dochterrelatie als een seksuele handeling in strijd met de sociaal-ethische norm.
Gezien de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de ontkennende houding van verdachte, achtte de rechtbank een gevangenisstraf passend. Vanwege het tijdsverloop en het ontbreken van recidive werd echter een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 3 jaar opgelegd, inclusief een contactverbod met het slachtoffer.