Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het negeren van een inhaalverbod (bord F 1/40). Betrokkene voerde aan dat ter plaatse geen verbodsbord aanwezig was en dat hij ten onrechte niet was staande gehouden. De officier van justitie handhaafde de boete, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de enkele stelling van betrokkene onvoldoende was om te twijfelen aan de aanwezigheid van het bord, mede gelet op de verklaring van de verbalisant die ter plaatse aanwezig was. Volgens de kantonrechter had de verbalisant echter onvoldoende toegelicht waarom betrokkene niet staande is gehouden, met name omdat onduidelijk bleef of de verbalisant in een dienst- of privévoertuig reed en waarom het ontbreken van een stopbord een staandehouding verhinderde.
De kantonrechter concludeerde dat de boete ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd omdat niet was voldaan aan de vereisten van artikel 5 WAHV Pro omtrent staandehouding. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete en eerdere beslissingen vernietigd, en werd betrokkene in het gelijk gesteld met een proceskostenvergoeding van € 785,25 toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de boete ten onrechte opgelegd aan de kentekenhouder wordt vernietigd.