ECLI:NL:RBNHO:2022:7744
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter in ontnemingszaak niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die tevens voorzitter was van de meervoudige kamer die hem in een eerdere strafzaak veroordeelde. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid en onfatsoenlijk gedrag van de rechter tijdens een regiezitting over een ontnemingsvordering.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien het drie weken na de zitting plaatsvond en geen reden was gegeven voor de vertraging. Daarnaast werd overwogen dat het feit dat dezelfde rechter zowel de strafzaak als de ontnemingszaak behandelde geen grond voor wraking vormt, omdat dit wettelijk is toegestaan en noodzakelijk is voor de beoordeling van de ontnemingsvordering.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk en beval voortzetting van de hoofdzaak in de stand van het verzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en de hoofdzaak wordt voortgezet.