Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
4.De beoordeling
€ 155,00 ligt gelet op het voorgaande voor toewijzing gereed.
Rechtbank Noord-Holland
ANWB vordert betaling van de lidmaatschapsbijdrage voor het kalenderjaar 2020 van gedaagde, die betwist dat hij de overeenkomst nietig heeft opgezegd. De kantonrechter kwalificeert de overeenkomst als een verzekeringsovereenkomst en stelt vast dat ANWB heeft voldaan aan haar wettelijke informatieverplichtingen. Gedaagde stelt dat hij de overeenkomst telefonisch heeft opgezegd, maar heeft dit onvoldoende concreet en eenduidig onderbouwd.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde tot 1 januari 2021 premie verschuldigd is, omdat ANWB de overeenkomst op 2 november 2020 heeft opgezegd. De betalingsverplichting vloeit voort uit de gesloten overeenkomst en het verweer dat gedaagde pas bij dagvaarding van de vordering op de hoogte was, doet hieraan niet af.
De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, omdat aanmaningen naar een onjuist adres zijn gestuurd. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, omdat ANWB niet heeft bewezen dat de veertiendagenbrief gedaagde heeft bereikt. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €155,- lidmaatschapsbijdrage 2020 met wettelijke rente vanaf 1 april 2022; incassokosten worden afgewezen.