Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 12
- de brief van mr. Vos van 8 augustus 2022 met de aanvullende productie 13
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 18 augustus 2022
- de pleitnota van [eiser].
- [eiser], bijgestaan door mr. Vos,
- [betrokkene 1] VVE, [betrokkene 2] VVE, bijgestaan door mr. J.F. Verheijen.
2.De feiten
Splitsing in appartementsrechten” van januari 1992, en is in afwijking daarvan, voor zover van belang, het volgende bepaald:
- het Reglement van Splitsing
- het Modelreglement 1992
- het Huishoudelijk Reglement van 29 maart 2007
3.Het geschil
4.De beoordeling
- het uitgangspunt dat de toepasselijke regeling -art 26c lid 1 jo 26a lid 4 van het splitsingsreglement- een inperking is op het vrije genot van eigendom en daarom restrictief moet worden geïnterpreteerd;
- de vaststelling dat in art. 26c lid 4 een drietal limitatieve weigeringsgronden zijn opgenomen, waarvan de enige grond die in casu in aanmerking komt (“indien van de overige bewoners naar billijkheid niet mag worden verlangd dat zij de betrokkenen in hun midden opnemen”) een concrete motivering verlangt die is toegesneden op het te verwachten gedrag van de voorgedragen huurder. Deze exceptie kan niet worden gebruikt als grondslag voor een algemee gedragslijn om verhuur niet toe te staan.
1.016,00