ECLI:NL:RBNHO:2022:7455

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 augustus 2022
Publicatiedatum
19 augustus 2022
Zaaknummer
9785846 \ CV EXPL 22-1675
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst rolluiken ondanks kier bij levering niet tekortgeschoten

Vermij Zonwering en Rolluiken B.V. heeft in opdracht van gedaagde twee rolluiken geplaatst bij winkels van gedaagde. Gedaagde betaalde de slotfacturen niet en stelde dat een van de rolluiken niet voldeed omdat het niet de volledige gevel bedekte, met een kier van circa 20 centimeter.

De kantonrechter stelde vast dat de offerte en overeenkomst duidelijk vermeldden dat gedaagde zelf het gat onder een betonbalk moest opvullen. Vermij B.V. leverde en monteerde de rolluiken conform de afspraken, en het niet doorlopen van het rolluik onder de betonbalk was technisch noodzakelijk om de doorgang niet te belemmeren.

Gedaagde had kennis van deze situatie en bevestigde dit ook via een WhatsAppbericht waarin hij aangaf zelf een aannemer voor het muurtje te hebben ingeschakeld. Ook tekende hij de werkbonnen na oplevering. De kantonrechter wees het verweer van gedaagde af en veroordeelde hem tot betaling van de facturen, wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten kwamen eveneens voor rekening van gedaagde.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de facturen inclusief rente en kosten omdat de rolluiken conform overeenkomst zijn geleverd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 9785846 \ CV EXPL 22-1675 CK
Uitspraakdatum: 17 augustus 2022
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Vermij Zonwering en Rolluiken B.V.
gevestigd te Amsterdam
eiseres
verder te noemen: Vermij B.V.
gemachtigde: mr. N. van Trierum (LikiFin)
tegen
[gedaagde], mede handelende onder de naam [bedrijf]
wonende en zaakdoende te [plaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon
De zaak in het kort
Vermij B.V. heeft in opdracht van [gedaagde] twee rolluiken geplaatst bij winkels van [gedaagde] . [gedaagde] heeft twee (slot-)facturen niet betaald. Vermij B.V. vordert betaling. [gedaagde] voert aan dat een van de twee door Vermij B.V. geplaatste rolluiken niet voldoet. Het rolluik bedekt niet de hele breedte van de voorgevel. De kantonrechter oordeelt dat het rolluik is geleverd zoals partijen zijn overeengekomen en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de facturen.

1.Het procesverloop

1.1.
Vermij B.V. heeft bij dagvaarding van 2 maart 2022 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft geantwoord op de rolzittingen van 6 april 2022 en 20 april 2022 en daarbij stukken ingediend.
1.2.
Op 28 juni 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. Namens Vermij B.V. is de heer [naam] , verkoper, (verder te noemen: [naam] ) verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. [gedaagde] is verschenen in persoon. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft eiser haar eis vermeerderd en (nadere) stukken toegezonden

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] drijft een telefoonwinkel aan het adres [adres 1] te [plaats] en een sportwinkel aan het adres [adres 2] te [plaats] .
2.2.
Op 17 februari 2021 heeft [naam] namens Vermij B.V. op locatie een inmeting verricht voor het plaatsen van rolluiken in de gevels van genoemde winkels.
2.3.
Op 25 februari 2021 is door Vermij B.V. offerte uitgebracht aan [gedaagde] voor de plaatsing van deze rolluiken.
2.4.
[gedaagde] heeft die offertes geaccepteerd en voor beide adressen de eerste termijnen, gefactureerd op 9 maart 2021, betaald.
2.5.
Op 19 maart 2021 heeft Vermij B.V. een rolluik geplaatst bij [adres 2] . Dezelfde dag heeft [gedaagde] een bon met het logo van Vermij voor akkoord getekend. Op deze bon staat, voor zover van belang, dat de werkzaamheden, behoudens een nog aan te brengen “onderlijst rubber” geheel conform opdracht zijn verricht.
2.6.
Op 8 april 2021 heeft Vermij B.V. vervolgens een rolluik geplaatst bij [adres 1] . Dezelfde dag heeft [gedaagde] een bon met het logo van Vermij voor akkoord getekend. Op deze bon staat dat het rolluik met de klant is getest en akkoord is bevonden.
2.7.
Vermij B.V. heeft aan [gedaagde] twee slotfacturen van elk € 998,25 inclusief btw, gezonden: een factuur van 23 maart 2021 met factuurnummer 210520 voor het rolluik in de winkel aan [adres 2] en een factuur van 12 april 2021 met factuurnummer 210646 voor het rolluik in de winkel aan [adres 1] .
2.8.
[gedaagde] heeft die slotfacturen niet betaald. [gedaagde] heeft schriftelijk gereclameerd. Vermij B.V. heeft daar schriftelijk op gereageerd.

3.Het geschil

3.1.
Vermij B.V. vordert, na vermeerdering van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt om aan Vermij B.V. te betalen € 2.240,49, te vermeerderen met wettelijke handelsrente over € 1.996,50 vanaf 7 februari 2022 en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Vermij B.V. specificeert het bedrag van € 2.240,49 als volgt:
Hoofdsom van de twee slotfacturen € 1.996,50
Buitengerechtelijke kosten voor factuur 210646 € 181,19
Wettelijke handelsrente vanaf vervaldatum factuur 210646 € 62,80
3.3.
Vermij B.V. legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij overeenkomstig de door [gedaagde] geaccepteerde offertes twee rolluiken heeft geleverd en geplaatst. [gedaagde] heeft de verschuldigde slotfacturen niet betaald en moet dat alsnog doen.
3.4.
[gedaagde] betwist de vordering gedeeltelijk. Hij voert aan – samengevat – dat het rolluik op het adres [adres 1] niet voldoet. Het luik dekt niet de volledige gevel, er is een kier van ongeveer 20 centimeter tussen het luik en de zijmuur. Daar kan iemand door naar binnen kruipen. Vermij B.V. had dat anders op moeten lossen. Voor [gedaagde] was tevoren niet voldoende duidelijk dat het rolluik niet tot de zijmuur zou komen.

4.De beoordeling

Facturen
4.1.
De kantonrechter moet in deze zaak beoordelen of [gedaagde] de eindfacturen van Vermij B.V. moet betalen. De kantonrechter beantwoordt die vraag bevestigend. Dat wordt hierna toegelicht.
4.2.
De juistheid van de factuur van 23 maart 2021 met nummer 210520 voor het adres [adres 2] (sportwinkel) van € 998,25 inclusief btw is door [gedaagde] niet betwist. Die factuur moet [gedaagde] dus betalen.
4.3.
De factuur van 23 maart 2021 met nummer 210646 voor het adres [adres 1] (telefoonwinkel) van € 998,25 inclusief btw is door [gedaagde] wel bestreden. Volgens [gedaagde] voldoet het uitgevoerde werk niet, omdat er een kier is gebleven tussen het rolluik en de zijmuur. Het verweer dat Vermij tekort is geschoten in de uitvoering van de overeenkomst slaagt echter niet.
4.4.
Vermij B.V. levert en monteert (op maat gemaakte) rolluiken. Eventuele bijkomende werkzaamheden verzorgt zij niet. In de getekende offerte van 25 februari 2021 voor de [adres 1] is dan ook opgenomen:
“door derden uit te voeren; linkerzijde onder betonbalk uitvullen om zo de montage in een vlak mogelijk te maken”.
[gedaagde] heeft naar voren gebracht dat hij dit anders heeft begrepen en dacht dat het om een achter het rolluik aan te brengen muurtje zou gaan. De tekst van de offerte is echter voldoende duidelijk, nu daarin uitdrukkelijk gesproken wordt over het uitvullen van de linkerzijde onder de betonbalk. Uit de overgelegde foto’s blijkt is het juist (en alleen) de ruimte onder de betonbalk die nog open is. Bij de mondelinge behandeling heeft Vermij B.V. uitgelegd dat het ook niet mogelijk was het rolluik onder de betonbalk door te laten lopen omdat daarmee het hele luik (te) laag bevestigd zou worden hetgeen de doorgang zou belemmeren. Dit komt ook naar voren uit de foto’s. Dat [gedaagde] wist dat hij het muurtje zelf moest maken, blijkt uit het door Vermij B.V. overgelegde WhatsAppbericht waarin [gedaagde] Vermij B.V. meedeelt dat hij de aannemer heeft opgetrommeld voor het muurtje. [gedaagde] heeft ook na voltooiing van het werk de werkbon getekend.
4.5.
Het vorenstaande betekent dat Vermij B.V. het rolluik overeenkomstig de overeenkomst met [gedaagde] heeft geleverd en geplaatst.
[gedaagde] voert verder aan dat hij niet goed had begrepen dat het rolluik niet over de gehele breedte van de gevel zou komen en dat, als hij beter was geïnformeerd, hij mogelijk voor een andere oplossing had gekozen. De stelling van [gedaagde] dat Vermij B.V. hem niet goed (genoeg) heeft ingelicht volgt de kantonrechter niet. Bij de mondelinge behandeling heeft Vermij B.V. meegedeeld dat de heer [naam] van Vermij B.V., bij het inmeten van het rolluik ten behoeve van de offerte in het gesprek met [gedaagde] aan de orde heeft gesteld dat de betonnen balk aan het plafond aan het plaatsen van een rolluik over gehele breedte van de gevel in de weg stond. [gedaagde] heeft dat niet weersproken, ook niet dat plaatsing van het rolluik onder die balk geen optie is. De conclusie is dat [gedaagde] ook deze factuur volledig moet betalen.
Wettelijke rente
4.6.
[gedaagde] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke handelsrente, zodat die worden toegewezen zoals door Vermij B.V. is gevorderd.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.7.
Vermij B.V. vordert een bedrag van € 181,19 aan buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat aan de vereisten zoals gesteld in artikel 6:96 Burgerlijk Pro Wetboek is voldaan. Daarmee is de vergoeding verschuldigd. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
Proceskosten
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. Het salaris van de gemachtigde wordt berekend op één punt voor de dagvaarding met een tarief van € 124,00 en één punt voor de zitting met een tarief van € 187,00, totaal € 311,00.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Vermij B.V. van € 2.240,49, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 1.996,50 vanaf 7 februari 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Vermij B.V. tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 135,34
griffierecht € 322,00
salaris gemachtigde € 311,00;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Hoogkamer en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter