De rechtbank Noord-Holland heeft op 16 augustus 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die op 1 mei 2022 op Schiphol werd betrapt met ruim 2045 gram cocaïne in haar bagage. De cocaïne was verstopt in verschillende voorwerpen, waaronder slippers, boeken en een handtas.
De verdachte verklaarde niet op de hoogte te zijn van de drugs en vermoedde dat een taxichauffeur de cocaïne had verstopt tijdens een wachttijd bij een PCR-test. De rechtbank achtte deze verklaring ongeloofwaardig vanwege de omvang en wijze van verstoppen van de cocaïne, alsmede de onwaarschijnlijkheid dat een drugsorganisatie een onwetende koerier zo’n grote hoeveelheid zou laten vervoeren.
Op basis van het bewijsmateriaal werd het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen verklaard. De rechtbank oordeelde dat de verdachte opzettelijk de cocaïne had ingevoerd en veroordeelde haar tot 24 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte leidden niet tot strafvermindering.