Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
onrechtmatigehinder. [eiser] heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld om, eventueel na bewijslevering, te kunnen vaststellen dat sprake is van onrechtmatige hinder. De vordering om [gedaagde] te veroordelen de lampen te verwijderen zal daarom als ongegrond worden afgewezen.
4.De beslissing
7 september 2022voor het nemen van een akte door [eiser] over wat is vermeld onder 3.8., waarna [gedaagde] op de rol van twee weken daarna een antwoordakte kan nemen,