ECLI:NL:RBNHO:2022:6605
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs oplichting en verduistering
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van oplichting en subsidiair verduistering van een geldbedrag van 17.205 euro in de periode van maart 2013 tot mei 2014. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primaire feit en bewezenverklaring van het subsidiaire feit zonder strafoplegging. De verdediging betoogde dat er onvoldoende bewijs was voor beide feiten.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte oplichtingshandelingen had verricht. Ten aanzien van de verduistering concludeerde de rechtbank dat de verklaring van de aangever onvoldoende werd ondersteund door het dossier. Het feit dat verdachte na ontvangst van bedragen kleinere opnames deed bij geldautomaten en casino’s was onvoldoende om verduistering aan te tonen.
Daarom verklaarde de rechtbank de ten laste gelegde feiten niet bewezen en sprak verdachte vrij. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer op 18 juli 2022 na een openbare terechtzitting op 4 juli 2022.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor oplichting en verduistering.