Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
.
op tijdig verzoek van de GIen dus nog tijdens de ondertoezichtstelling, een zorgregeling dienen vast te stellen.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn gehuwd en hebben drie minderjarige kinderen. De vrouw verzoekt om eenhoofdig gezag en de hoofdverblijfplaats bij haar vast te stellen, terwijl de man gezamenlijk gezag wil behouden en meer omgang met de kinderen nastreeft.
De rechtbank constateert dat de communicatie tussen partijen slecht is, maar acht het niet in het belang van de kinderen om het gezamenlijk gezag te beëindigen, mede vanwege de inzet van de gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming die begeleiding bieden.
De zorgregeling wordt problematisch bevonden vanwege het gedrag van de man en de negatieve ervaringen van de kinderen. Daarom wordt de zorgregeling onder toezicht van de GI geplaatst, die de omgang begeleidt en waarborgt dat er regelmatig contact blijft tussen vader en kinderen.
De rechtbank wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag af, bepaalt de hoofdverblijfplaats bij de vrouw, kent haar het huurrecht van de woning toe en legt een kinderbijdrage van €75 per maand aan de man op. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk.
Uitkomst: Verzoek tot eenhoofdig gezag afgewezen, hoofdverblijfplaats bij moeder, zorgregeling onder toezicht van GI met begeleid contact vader-kinderen.