ECLI:NL:RBNHO:2022:63
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing éénouderadoptie door stiefouder ondanks negatief advies Raad voor de Kinderbescherming
De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzoek tot éénouderadoptie door de stiefouder van een minderjarige, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming negatief adviseerde over de adoptie maar positief over het gezamenlijk gezag. De vader, die de biologische ouder is en het gezag heeft, was niet verschenen en had een referteverklaring ondertekend waarin hij instemt met de adoptie.
De rechtbank oordeelde dat het juridische bezwaar van de vader tegen de adoptie niet langer relevant was vanwege zijn instemming en het feit dat hij sinds 2017 geen contact meer heeft gezocht met de minderjarige. De rechtbank vond dat de adoptie in het belang van het kind is, omdat het de juridische en emotionele positie van de stiefouder als ouder bevestigt.
De rechtbank benadrukte dat de biologische vader altijd deel blijft uitmaken van de identiteit van het kind en dat het kind de ruimte moet houden om de biologische vader te erkennen en eventueel contact te zoeken. De adoptie werd daarom toegewezen, evenals het gezamenlijk gezag van verzoeker en de moeder, en de geslachtsnaam van het kind werd gewijzigd in die van de verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek tot éénouderadoptie door de stiefouder wordt toegewezen, evenals het gezamenlijk gezag en de naamswijziging van de minderjarige.