ECLI:NL:RBNHO:2022:6225
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstel van rekenfout in vonnis wegens onvoldoende grond voor eenvoudig herstel
In deze civiele bodemzaak verzochten de gedaagden de rechtbank om verbetering van het vonnis van 29 juni 2022 vanwege een kennelijke rekenfout in de berekening van de omzetbelasting over 2019. De gedaagde stelde dat deze fout doorwerkte in meerdere overwegingen en het dictum.
De eiser stelde zich op het standpunt dat het verzoek tot herstel feitelijk een herbeoordeling betrof die verder ging dan de mogelijkheden onder artikel 31 Rv Pro. Hij wees erop dat de teruggaven van omzetbelasting in het derde en vierde kwartaal van 2019 niet waren betrokken bij de berekening waarop de vermeende fout betrekking had, en dat hij ter zitting gemotiveerd verweer had gevoerd tegen de stelling van de gedaagde.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er inderdaad een rekenfout was gemaakt, de aard en context van de fout zodanig waren dat deze zich niet leenden voor eenvoudig herstel. Daarom werd het verzoek tot verbetering van het vonnis afgewezen.
Het vonnis werd uitgesproken door rechter A.H. Schotman op 20 juli 2022.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het vonnis wegens een rekenfout wordt afgewezen omdat het geen eenvoudig herstel betreft.