ECLI:NL:RBNHO:2022:609

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 januari 2022
Publicatiedatum
28 januari 2022
Zaaknummer
9524674 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging van dubbele boetes voor onverzekerd motorrijtuig wegens persoonlijke omstandigheden

Betrokkene werd beboet voor het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig. Er werden twee boetes opgelegd omdat het voertuig op de betreffende datum onverzekerd was en niet geschorst bij de RDW.

Betrokkene maakte bezwaar tegen de boetes en stelde beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter, die op 14 januari 2022 uitspraak deed.

De kantonrechter erkende dat de boetes terecht waren opgelegd, maar matigde beide boetes tot nihil. Deze beslissing baseerde hij op het feit dat betrokkene aannemelijk had gemaakt dat er actie was ondernomen en vanwege diens persoonlijke financiële omstandigheden. De officier van justitie werd opgedragen het reeds betaalde bedrag terug te betalen.

De uitspraak werd in het openbaar gedaan en betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken, mits de boete hoger was dan €70.

Uitkomst: Beide boetes voor het rijden met een onverzekerd motorrijtuig worden gematigd tot nihil vanwege ondernomen acties en persoonlijke financiële omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9524674 \ WM VERZ 21-617
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 14 januari 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 januari 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter overweegt dat de boete terecht is opgelegd omdat het voertuig op de genoemde datum onverzekerd was en evenmin geschorst bij de RDW. Er zijn aan betrokkene twee boetes opgelegd. De zittingsvertegenwoordiger heeft voorgesteld om een boete in stand te laten en de andere boete te matigen tot nihil. De kantonrechter ziet echter aanleiding om beide boetes te matigen tot nihil, omdat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat actie is ondernomen en mede gelet op de persoonlijke financiële omstandigheden.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: