Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 september 2021 met bijlagen 1 tot en met 24,
- de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van (voorwaardelijke) eis in reconventie en (voorwaardelijke) incidentele vordering ex artikel 223 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) met bijlagen 1 tot en met 13 (met de aankondiging dat bijlage 14 op een later moment zou worden aangeleverd),
- de conclusie van antwoord in het incident met bijlagen 25 en 26,
- de brief van 7 december 2021 van mr. Godthelp en de schriftelijke reactie daarop van
- het tussenvonnis van 23 februari 2022, waarbij in de hoofdzaak en in het incident een mondelinge behandeling is gelast,
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte overlegging producties met bijlage 27,
- de mondelinge behandeling van de zaak op 10 mei 2022. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. De advocaten van partijen hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zijn overgelegd. Ter zitting zijn de door mr. Godthelp op 9 mei 2022 ingediende bijlagen 14 en 15, behalve de factuur van 6 mei 2022 (onderdeel van bijlage 14), geweigerd. De factuur van 6 mei 2022 is aan het procesdossier toegevoegd.