Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 juli 2022 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres
de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- het bestreden besluit 1 onvoldoende is gemotiveerd, omdat niet op alle bezwaargronden is ingegaan;
- de opgelegde boete voor overtreding van artikel 4:54d, eerste lid, van het Arbobesluit voor matiging in aanmerking komt en uit de Beleidsregels preventieve stillegging arbeidswetten (de Beleidsregel) volgt dat hiermee bij het geven van een waarschuwing rekening kan worden gehouden;
- de waarschuwing in strijd met het evenredigheidsbeginsel is gegeven, omdat eiseres geen moedwillig overtreder is en er rekening had moeten worden gehouden met het tijdsverloop sinds de overtreding in 2015. Daarnaast is de waarschuwing te ruim geformuleerd, omdat die ook ziet op niet soortgelijke overtredingen.
Beslissing
- verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit 1 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit 2 ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 759,-;
- bepaalt dat verweerder eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van 360,- vergoedt.