Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
eerste impliciet subsidiaireten laste gelegde feit en het
tweedeten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) jaren.
[vader van [het slachtoffer] ]geleden schade tot een bedrag van
€ 26,76, bestaande uit materiële schadevergoeding, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[moeder van [het slachtoffer] ]geleden schade tot een bedrag van
€ 734,14, bestaande uit materiële schadevergoeding, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 september 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van
[de vader van [het slachtoffer] ]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 26,76, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
1 (één) dag gijzeling.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van
[de moeder van [het slachtoffer] ]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 734,14, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 september 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
14 (veertien) dagen gijzeling.
De rechtbank begrijpt op grond van andere stukken in het dossier zaterdag 17 februari 2018.)[het slachtoffer] en ik zouden elkaar een week later, na die zaterdag, ontmoeten, maar maandag of dinsdag verdween ze.
de rechtbank begrijpt omstreeks 11.30 uur Nederlandse tijd). Geen contact. Daarna stuurde ik haar een WhatsApp-bericht, maar ik zag maar één vinkje en dit was dus niet aangekomen. Ik stuurde ook nog een bericht via Facebook messenger, maar kreeg daar ook geen reactie op. Om 14.30 uur Surinaamse tijd belde ik weer naar [het slachtoffer] . Ze nam niet op. Ik hoorde twee dagen niets van [het slachtoffer] . Ik had elke dag contact met haar. Ik begon te redeneren, het klopt niet, dat ik [het slachtoffer] al twee dagen niet had gesproken.