ECLI:NL:RBNHO:2022:5397
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing schorsing rijbewijs wegens cannabisgebruik
Op 27 december 2021 was verzoeker betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij de macht over het stuur verloor. De politie constateerde dat verzoeker trilde en sloom reageerde, waarna een speekseltest positief bleek op cannabisgebruik. Een bloedtest toonde een THC-gehalte van 3,1 microgram per liter, net boven de wettelijke grens van 3,0.
Naar aanleiding hiervan heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van verzoeker geschorst. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om opheffing van de schorsing via een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 22 juni 2022 en wees het af.
De rechter benadrukte dat de schorsing op grond van dwingendrechtelijke regelgeving is opgelegd en alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan worden opgeheven, waarvan hier geen sprake is. Het feit dat verzoeker lang moet wachten op een psychiatrisch onderzoek en dat de schorsing zijn bedrijfsuitoefening belemmert, weegt niet op tegen het zwaarwegende belang van de verkeersveiligheid.
De uitspraak is in het openbaar gedaan en bindt niet in een eventueel bodemgeding. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de schorsing van het rijbewijs wordt afgewezen.