ECLI:NL:RBNHO:2022:5390
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Tozo 3-uitkering wegens ontbreken zelfstandige inschrijving en zeggenschap in commanditaire vennootschap
Eiser verzocht op 24 november 2020 een uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo 3), welke door verweerder werd afgewezen omdat eiser niet aan de voorwaarden voldeed.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiser als zelfstandige kon worden aangemerkt, waarbij verweerder stelde dat eiser als commanditaire vennoot geen volledige zeggenschap had en niet de financiële risico’s droeg, en bovendien niet voor 18 maart 2020 als zelfstandige in het handelsregister stond ingeschreven.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de definitie van zelfstandige in de Tozo 3 omdat hij slechts commanditaire vennoot was en daardoor niet als zelfstandige met zeggenschap en risico’s kon worden aangemerkt. Ook het feit dat hij als [functie] werkzaam was in de onderneming en zich actief met de bedrijfsvoering bezighield, maakte dit niet anders.
De rechtbank bevestigde dat de inschrijving in het handelsregister op 17 maart 2020 een wettelijke vereiste is voor het verkrijgen van Tozo 3-bijstand en dat deze voorwaarde niet buiten toepassing kon worden gelaten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Tozo 3-uitkering is ongegrond verklaard omdat eiser niet als zelfstandige met zeggenschap en financiële risico’s stond ingeschreven op 17 maart 2020.