Uitspraak
1.De stukken en de rechtszaak
2.De feiten
3.Waar gaat het over
4.De mening van [de minderjarige]
5.De mening van de moeder
6.De mening van de jeugdbeschermer
7.Het oordeel van de kinderrechter
8.De beslissing van de kinderrechter
Amsterdam
Rechtbank Noord-Holland
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van twaalf maanden vanwege ernstige zorgen over haar ontwikkeling. De minderjarige gaat al langere tijd niet naar school en heeft depressieve klachten waarvoor geen hulp wordt ontvangen. De moeder heeft het gezag en woont samen met de minderjarige, maar slaagt er niet in haar dochter naar school te laten gaan of hulp te organiseren, mede door gebrek aan vertrouwen in de hulpverlening.
Tijdens de zitting gaf de minderjarige aan het niet eens te zijn met het verzoek, onder meer vanwege pesterijen met racistische lading op school en het gevoel dat de school onvoldoende ingrijpt. De moeder benadrukte dat haar dochter een voorbeeldig kind is en dat de problemen vooral praktisch van aard zijn. De jeugdbeschermer stelde dat gespecialiseerde hulpverlening, afgestemd op de culturele achtergrond van het gezin, noodzakelijk is.
De kinderrechter concludeerde dat de vrijwillige hulpverlening onvoldoende was en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de problemen aan te pakken, het vertrouwen in de hulpverlening te herstellen en de minderjarige weer naar school te laten gaan. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt tot 13 juni 2023.
Uitkomst: De rechtbank stelt de minderjarige onder toezicht voor twaalf maanden wegens langdurig schoolverzuim en depressieve klachten.