ECLI:NL:RBNHO:2022:5348

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 maart 2022
Publicatiedatum
21 juni 2022
Zaaknummer
9665814 \ WM VERZ 22-49
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen boete voor snelheidsovertreding op autosnelweg

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het rijden van 13 km per uur te hard op een autosnelweg buiten de bebouwde kom. Hij stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan dat hij werd ingehaald door een ander voertuig en vermoedde dat dat voertuig de overtreding had begaan. Hij voerde verder aan dat hij dagelijks de weg berijdt en zich altijd aan de snelheid houdt.

De kantonrechter oordeelde dat uit het dossier blijkt dat er geen andere voertuigen in het meetgebied van de mobiele radar waren, waardoor het onmogelijk is dat een ander voertuig de overtreding heeft begaan. Betrokkene bracht ook geen feiten aan die twijfel konden werpen op de deugdelijkheid van de apparatuur of de waarneming.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete bevestigd. Ook matiging van de boete werd niet gegrond bevonden. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter I.H. Lips op 22 maart 2022.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard en de boete bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 9665814 \ WM VERZ 22-49
CJIB-nummer : 2.40349274
Uitspraakdatum : 22 maart 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 maart 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 13 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelwegen buiten de bebouwde kom (verkeersbord A 1).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene stelt ter zitting dat hij de betreffende weg meerdere keren per dag heen en weer rijdt en te weten dat er controle staat. Ik rij vele kilometers en heb in die 47 jaar nog nooit een bekeuring gehad. Ik hou me altijd aan de snelheid, aldus betrokkene. Betrokkene stelt dat hij op het moment van flitsen werd ingehaald door een ander voertuig en heeft het vermoeden dat de bestuurder van dat andere voertuig degene is die de snelheidsovertreding heeft begaan.
Naar het oordeel van de kantonrechter is het niet mogelijk dat een ander voertuig de overtreding heeft begaan aangezien uit de stukken in het dossier blijkt dat er zich geen andere voertuigen in het meetgebied van de mobiele radar bevonden. Het voertuig van betrokkene reed op de vierde rijbaan (“lane 4” op de foto van de gedraging).
Betrokkene voert onvoldoende feiten en/of omstandigheden aan die ertoe aanleiding geven te twijfelen aan de deugdelijkheid van de apparatuur en/of de waarneming van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: