ECLI:NL:RBNHO:2022:5346

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 maart 2022
Publicatiedatum
21 juni 2022
Zaaknummer
9607819 \ WM VERZ 21-713
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete voor doorrijden bij rood licht wegens extreme weersomstandigheden

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het doorrijden bij een rood stoplicht. Hij stelde dat hij door de gladheid en sneeuw op het kruispunt niet tijdig kon stoppen en met een lage snelheid reed. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat een bestuurder altijd het voertuig onder controle moet hebben. Het niet tijdig kunnen stoppen was voor rekening van betrokkene, maar gezien de extreme weersomstandigheden en het feit dat de remlichten brandden en de snelheid laag was, achtte de kantonrechter matiging van de boete op zijn plaats.

De boete werd daarom gehalveerd tot €125, met behoud van administratiekosten. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd. Tevens moet het teveel betaalde bedrag aan betrokkene worden terugbetaald.

Uitkomst: De boete voor doorrijden bij rood licht wordt gematigd tot de helft wegens extreme weersomstandigheden en lage snelheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 9607819 \ WM VERZ 21-713
CJIB-nummer : 239381705
Uitspraakdatum : 22 maart 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 maart 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene stelt dat het kruispunt vol lag met sneeuw en ijs en dat hij bij het remmen is doorgegleden. Ondanks dat hij zijn rijgedrag had aangepast en ondanks zijn zeer lage snelheid. Toen betrokkene midden op het kruispunt tot stilstand kwam heeft hij er veiligheidshalve voor gekozen door te rijden, aldus betrokkene.
De kantonrechter overweegt dat een bestuurder van een voertuig onder alle omstandigheden dat voertuig onder controle dient te hebben en zo nodig zijn gedrag en/of snelheid dient aan te passen aan de weersomstandigheden. Dat betrokkene het voertuig niet tijdig tot stilstand heeft kunnen brengen, komt dan ook voor rekening en risico van betrokkene. Betrokkene heeft de situatie ondanks de aangepaste snelheid blijkbaar niet goed ingeschat.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd echter wel aanleiding om de boete bij wijze van uitzondering te matigen. Daarbij zijn de extreme weersomstandigheden van belang. Tevens is van belang dat op de foto van de gedraging is te zien dat de remlichten van het voertuig van betrokkene branden en dat betrokkene met een lage snelheid rijdt. Hierdoor is voldoende aannemelijk dat betrokkene wel degelijk zijn best heeft gedaan zich aan de passen aan de weersomstandigheden. De boete zal worden gematigd tot de helft.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 125,00 (met handhaving van de administratiekosten ad € 9,00);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: