ECLI:NL:RBNHO:2022:5205
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.J. Lommen
- N. Boots
- D. de Vrught
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs seksueel binnendringen minderjarige
De rechtbank Noord-Holland heeft op 14 juni 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van seksueel binnendringen van een meisje onder de twaalf jaar. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan vijf voorwaardelijk, gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer en een medeverdachte.
De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de verklaringen, met name die over het pijpen, en stelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte. De rechtbank oordeelde dat het bewijs voor het pijpen niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld, mede omdat de verklaring van de medeverdachte niet geloofwaardig was en onvoldoende steun bood.
Hoewel het aftrekken door het slachtoffer aan verdachte wel kon worden bewezen, valt dit niet onder het ten laste gelegde artikel 244 Sr Pro over seksueel binnendringen. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering omdat het delict niet bewezen was.
De rechtbank benadrukte dat het gedrag van verdachte laakbaar was, gezien zijn nalatigheid omtrent de leeftijd van het slachtoffer en het toestaan van seksueel misbruik door de medeverdachte, maar dit viel buiten de tenlastelegging en kon niet worden bestraft in deze procedure.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van seksueel binnendringen van een minderjarige.