Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De verzoeken
voorwaardelijk, namelijk voor zover de rechtbank van oordeel is dat er geen overeenkomst tot verdeling tussen partijen tot stand is gekomen, de verdeling van de gemeenschap van goederen tussen partijen vast te stellen door:
onvoorwaardelijk,
3.De beoordeling
€ 73.813,--. Als daar rekening mee wordt gehouden, was het te verdelen vermogen op naam van de vrouw op 1 januari 2013 hoger dan dat op naam van de man. De rechtbank neemt daarom als vaststaand aan dat er na de scheiding van tafel en bed in 2013 geen box 3 vermogen meer te verdelen was, zoals de man heeft gesteld.