De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie en partneralimentatie. De man was opnieuw vader geworden, wat een wijziging van omstandigheden vormde die herbeoordeling van zijn onderhoudsverplichtingen rechtvaardigde. De man verzocht om verlaging van de kinderalimentatie en nihilstelling van de partneralimentatie, terwijl de vrouw een verhoging van de kinderalimentatie vroeg.
De rechtbank stelde vast dat het netto besteedbaar gezinsinkomen gebaseerd moest worden op het inkomen in 2018, waarbij het netto besteedbaar gezinsinkomen van partijen € 4.679 per maand bedroeg. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op € 602 per kind per maand. De draagkracht van de man werd berekend op € 403 per kind per maand en die van de vrouw op € 351 per kind per maand, resulterend in een gezamenlijke draagkracht die hoger was dan de behoefte, waardoor een draagkrachtvergelijking werd toegepast.
Na aftrek van een zorgkorting van 15% voor de man, werd de kinderalimentatie vastgesteld op € 232 per kind per maand met ingang van 19 april 2021. De partneralimentatie werd op nihil gesteld omdat de vrouw volledig in haar behoefte kan voorzien. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen dragen hun eigen proceskosten.