ECLI:NL:RBNHO:2022:5041

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 juni 2022
Publicatiedatum
9 juni 2022
Zaaknummer
9496283 \ CV EXPL 21-7019
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling en rente zonder incassokosten wegens niet-naleving betalingstermijn

De zaak betreft een vordering van Zalando Payments GmbH tegen een gedaagde die niet is verschenen. Na een tussenvonnis waarin de eisende partij werd verzocht haar vordering nader toe te lichten, heeft zij dit gedaan. De kantonrechter heeft vervolgens haar eerdere oordeel herzien en geoordeeld dat aan de informatieplichten is voldaan, waardoor de koopovereenkomst in stand blijft.

De hoofdsom en de wettelijke rente worden toegewezen omdat deze vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn. De eisende partij vordert tevens vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, maar deze worden afgewezen omdat niet is aangetoond dat de aanmaning een betalingstermijn van 14 dagen bevatte, zoals vereist volgens artikel 6:96 lid 6 BW Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad.

De gedaagde wordt in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad. Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.M. Kruithof en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vordering tot betaling van hoofdsom en rente wordt toegewezen, incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9496283 \ CV EXPL 21-7019
Uitspraakdatum: 1 juni 2022
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de buitenlandse rechtspersoon
Zalando Payments GmbH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
de eisende partij
gemachtigde: R. Slagman
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 12 januari 2022 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten. Dat heeft zij gedaan bij akte van 9 maart 2022.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De kantonrechter ziet aanleiding om terug te komen op haar oordeel in het tussenvonnis. De eisende partij heeft alsnog toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten. Er zal daarom geen sanctie worden toegepast en de koopovereenkomst blijft geheel in stand.
2.2.
De gevorderde hoofdsom en wettelijke rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
2.3.
De eisende partij maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vordering dient beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan de gedaagde partij een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen dan ook worden afgewezen.
2.4.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 26,57, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 25,90 vanaf 13 oktober 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 101,99 wegens dagvaardingskosten,
€ 126,00 wegens griffierecht en
€ 37,00 wegens salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter