Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Stichting Zorgkoepel West-Friesland
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer is sinds 2018 in dienst bij Zorgkoepel en werd in oktober 2021 vrijgesteld van werkzaamheden. De werkgever stelde dat haar functie was komen te vervallen door een reorganisatie en bood haar een andere functie aan, die zij weigerde te aanvaarden. De werknemer vorderde toelating tot haar functie en stelde dat haar oorspronkelijke functie niet was vervallen en dat sprake was van een ongeldige functiewijziging.
De kantonrechter oordeelde dat partijen in 2018 mondeling waren overeengekomen dat de werknemer de functie 'Manager bedrijfsvoering' vervulde, waarmee haar oorspronkelijke functie was gewijzigd. De werkgever was ten onrechte uitgegaan van de functie 'Manager P&O/HR-manager' en had de werknemer onterecht niet toegelaten tot de functie 'Manager ondersteunende diensten', die in grote mate vergelijkbaar is met haar overeengekomen functie.
De werkgever had onvoldoende onderbouwd dat de werknemer niet geschikt was voor deze functie of niet binnen redelijke termijn geschikt te maken was. De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot toelating van de werknemer tot de functie uiterlijk 6 juni 2022, met een dwangsom bij niet-naleving. De vordering tot verklaring van strijd met goed werkgeverschap werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Proceskosten en nasalaris werden aan de werkgever opgelegd.
Uitkomst: Werknemer wordt toegelaten tot de functie 'Manager ondersteunende diensten' uiterlijk 6 juni 2022 onder verbeurte van dwangsom.